• header05.jpg
  • header04.jpg
  • header09.jpg
  • header01.jpg
  • header03.jpg
  • header07.jpg
  • header06.jpg

Nee, dit is geen sprookje maar een heuse snottertragedie. Het gaat om Susan uit Castenray en Gewone Dwergvleermuizen uit Rosmalen, Den Bosch en Nuland. De eerste drie zijn gekomen in 'de mijtenweek'; een week waarin alle vleermuizen erg rood zagen van de mijten. De laatste dwerg komt later en is minder rood. 

Susan is een jonge Laatvlieger, uit de grote kraamkolonie uit de kerk van Catsenray (L), waarvan gezien is dat ze al zeker twee dagen geen eten heeft gehad van haar moeder. Ze is van de kerkzolder gehaald door een bezorgde toeschouwer en naar de Vleermuisopvang Oss gebracht. Verzwakt, mager en koud. Geen goed begin voor het leven van een Laatvlieger om zo te beginnen. Ze is 22-6-2018 binnen gekomen. Langzaam komt ze op gang, begint te drinken en wat te eten. De eerste dag van juli, er komt gele snot uit haar neus. Haar ademhaling lijkt wat dieper, maar nog niet echt benauwd. Ik heb een foto gemaakt van een wattenstaaf met twee gele uiteinden en die opgestuurd naar mijn contact op de universiteit Utrecht. Het advies is om antibiotica te gaan geven. Vervolgens bij de dierenarts antibiotica gaan halen om te kijken of we haar kunnen redden. De eerste dosis gaat er 2-7-2018 in. En goed ook, met die bananensmaak. Een echte lieve Laatvlieger, met alle eigenschappen van deze soort. Snel aanhankelijk en makkelijk omgaan met de situatie. De dagen erna zijn spannend of de antibiotica aanslaat. 

IMG_20180626_165513.jpg

Dwerg Rosmalen is 11-6-2018 binnen gekomen. Een kleine beschadiging op de rechtervleugel, maar niet levensgevaarlijk. Ook een jong dier, vermoedelijk net wel/niet begonnen met vast voedsel. We zijn begonnen met melk om aan te sterken. Dwerg Den Bosch komt 20-6-2018 binnen, deze is al wat ouder en is klaar voor vast voedsel. Begint met vliegen. Dwerg Nuland is van 25-6-2018, ook een wat oudere dwerg, eet al vast voedsel. Dit zijn de helden van de snottertragedie. 

Alles lijkt voorspoedig te gaan. Bijna eind juli, de 24ste, is een vrijwilligster bezig met voeren. Ze haalt Rosmalen uit de bak waar ook Den Bosch en Nuland in zitten. De vleermuis is slap en futloos. Wil niet eten of drinken. We hebben haar apart gezet en later op de avond overlijdt het diertje. Alle alarmbellen beginnen te rinkelen. De twee overige dwergen krijgen antibiotica. Hier wordt erg het spannend, gaan zij ook snotteren? 

Susan eet dan bijna zelfstandig. Maar dat heeft meer te maken met het gemak van gevoerd worden. De dwergen worden weer elke dag met de hand gevoerd om te controleren of ze wel eten. En elke dag is gecontroleerd of de neuzen schoon zijn. 

En ja hoor, op 25 juli komt Nuland met wat gesnotter. Eten en drinken gaan goed. Den Bosch mankeert nog niks. De dagen erop blijven de wattenstaven schoon. Tot 29 juli: de wattenstaaf kleurt geel bij Den Bosch. Ook maar slechts een dag. En maar hopen dat het zo blijft. En dat terwijl Susan gedurende een dag of vijf een vieze wattenstaaf heeft gegeven. Na een dag of 10 is ook de antibiotica van de dwergen gestopt. 

De tijd verstrijkt, de vleermuizen groeien en fladderen volop. Ze eten, worden echte vleermuizen die niet zo veel met mensen te maken willen hebben. Dat laten ze dan ook duidelijk merken. 

Dan is de vakantie voorbij en gaan de dieren naar de vliegkooi. Eerst de twee Dwergvleermuizen, 21 augustus verlaten ze de opvang en gaan naar de vlieglessen. Ze blijken het goed te doen en op 7 september worden ze vrijgelaten. 

image-2018-09-30.jpg

Susan gaat 9 september met andere vleermuizen naar de vliegkooi. Susan is hiervandaan met twee dwergen vrijgelaten op 17 september 2018. Ze vliegt goed en met een paar dagen mooi weer voor de boeg kan ze nog even wennen aan haar vrijheid.

Resten er voor de opvang nog een aantal vragen. Hoe hebben de dwergen besmet kunnen worden? Als Susan altijd als laatste werd vastgepakt. Na haar worden er geen dieren meer gehanteerd. Ergens moet er een kruisbesmetting hebben plaatsgevonden. Maar waar? Heeft het te maken met de weerstand van de dieren? Rosmalen heeft nog melk gehad, de andere niet. De Dwergvleermuizen en Susan hebben zelfs nooit contact met elkaar gehad. De besmetting moet dus via een andere weg gegaan zijn. Weer iets om over na te denken en de protocollen op aan passen. Daar hebben we nog tijd voor. 

Tekst: Antoinette van Wilgen, Vleermuisopvang Oss 

(Met dank aan iedereen die in deze periode heeft geholpen)

Voor een volledig beeld van de (kerk)zoldertellingen hebben we hier een tweede verslag 😜

 

Als uilenbeschermer kom ik vaak op de kerkzolders. En omdat er behalve kerkuilen ook vleermuizen huizen op deze zolders heb ik in 2010 deelgenomen aan de cursus zoldertelling van de Zoogdiervereniging. Sindsdien ga ik elk najaar mee met vrijwilligers van de Zoogdiervereniging om vleermuizen te tellen op kerkzolders in de Kempen, onderdeel van het NEM meetnet ‘Zoldertellingen Vleermuizen’. 

De monitoring betreft vooral de Grijze grootoorvleermuis die in west- en zuidoost- Brabant, Limburg en Zeeuws Vlaanderen  de areaalgrens van zijn verspreiding heeft. 

Op zaterdag 7 september werd weer een groot deel van de kerken in de Kempen bezocht. Bas Dielen neemt de coördinatie van deze tellingen in Brabant voor zijn rekening, voorheen deed René Janssen dat. Het uitzetten van de routes en het maken van afspraken is altijd een hele klus. Twee groepen bezochten 7 september in totaal 13 objecten en telden 79 Grijze grootoren, ruim 100 Gewone grootoren en 1 Gewone dwergvleermuis. Bij de Achelse kluis was het dit jaar - om veiligheidsredenen - niet toegestaan om de kerkzolder te betreden. Vorig jaar zaten hier nog 24 Grijze grootoren, waardoor een belangrijke kolonie ongeteld bleef. Een aantal objecten in Brabant zullen dit najaar nog worden geteld omdat sleutelhouders niet op de voorgestelde datum konden.

Video: https://youtu.be/TFEPcYl6Zsk

Omdat de telling jaarlijks zoveel mogelijk op dezelfde wijze wordt uitgevoerd wordt er van uit gegaan dat de resultaten een representatief beeld geven van de populatie. Opgemerkt dat vleermuizen makkelijk in kieren kunnen wegkruipen en daardoor dieren worden gemist. Op de meeste zolders zitten slechts enkele vleermuizen, er zijn ook locaties met kolonies van tientallen Grijze grootoren en op andere zolders tientallen Gewone grootoren. Dit jaar wordt de populatie voor de tiende maal op rij geteld. De trend lijkt vrij stabiel, doorgaans zijn de aantallen bij de kolonies gemiddeld gelijk gebleven, maar zijn er meermaals uitschieters. Uitbreiding van de soort naar het noorden verloopt maar traag. Al zijn er de afgelopen jaren meerdere nieuwe kerken met Grijze grootoorvleermuizen gevonden die tijdens eerdere bezoeken geen aanwijzingen van deze soort hadden. De algemenere Gewone grootoorvleermuis komt daarentegen in heel Nederland voor.

In de kerktoren van Waalre vonden we een dode Gewone grootoorvleermuis die door René werd meegenomen voor onderzoek op de aanwezigheid van gifstoffen. Vleermuizen zijn insecteneters en kunnen tijdens het foerageren en op verblijfplaatsen pesticiden opnemen. Behalve gifstoffen zoals insecticiden - gebruikt voor landbouwgewassen – komen er ook houtconserveringsmiddelen op en in vleermuizen voor. Vrijwel alle zolders zijn namelijk bewerkt met stoffen  tegen vraat en aantasting van hout door bijvoorbeeld boktor. In het blad ‘de Levende Natuur’ werd - decemberuitgave 2017 – over deze blootstelling van pesticiden bij Ingekorven vleermuizen gepubliceerd door René Janssen e.a. . 

In de kerk van Riethoven werd onlangs een vleermuisvriendelijke branddeur geplaatst. Een klep in de branddeur maakt het toch mogelijk dat vleermuizen makkelijk van de zolder naar de toren kunnen vliegen.  Bij brand zal de klep dichtslaan en de ruimte alsnog worden afgesloten. Op alle kerkzolders zijn de laatste jaren veel verbouwingen en inspecties uitgevoerd uit oogpunt van veiligheid (arbowet en –reglementen).

Ook werden kerken gerenoveerd, al met al zal dat soms hebben geleid tot verstoringen voor vleermuizen, gierzwaluwen en uilen. Met goede voorlichting en onderzoeken willen de vleermuizenpopulaties behalve in kaart brengen ook beschermen. Over het algemeen ervaren we dat de gastheren van de kerken een vrij positieve houding hebben ten aanzien van deze dieren. 

Voor dit jaar zit het er weer op, de tijd voor de winterslaap breekt aan, maar voor volgend jaar zijn er zeker nog tellers welkom, ook buiten de Kempen!

Tekst en video: Mark Sloendregt

Regio 'de Kempen' : 7 september 2018

 image-2018-09-08-2.jpg

 Op de knieën dan maar. Even aarzel ik. Mijn verrekijker hangt als een stuk lood om mijn nek en ik zie mijn telefoon al ergens tussen de gewelven liggen. Maar Bas zag er eentje vliegen. Een Grootoor. Een van de twee soorten die we eerder deze zomer in Hongarije hadden gemist. Een week lang mistnetten ophangen over kabbelende beekjes in Aggtelek NP had prachtige soorten opgeleverd, maar de Grootoren hadden zich niet laten foppen. 

Mijn vader en ik lopen een dagje mee met Bas Dielen. Elk jaar speurt hij – samen met zijn collega’s – de kerkenzolders van de Kempen af. We starten in Budel waar we worden opgewacht door Harry en Harry. Terwijl wij ons een weg banen door het voor ons nog tamelijk onbekende terrein van smalle wenteltrappen, kwetsbaar stucwerk, lage plafonds en onverwachte dwarsbalken, controleren zij de nestkasten voor de Kerkuil. Wij hebben meer succes dan zij: Bas spot de eerste Grijze Grootoorvleermuis in een kleine nis. Zijn/haar kermerkende zwarte snuitje staart ons nieuwsgierig aan. Maar waar zijn de oren?

Onze tweede bestemming is de Achelse Kluis. Terwijl het bier in de weekenden rijkelijk vloeit op de binnenplaats van de abdij, maakt het klooster nu een vervallen indruk. De perfecte plaats voor een vleermuis, zou je zeggen! Al op de benedenverdieping komen we twee Grijze en een Gewone Grootoorvleermuis tegen. Helaas blijft het daarbij: volgens de pastor is het te gevaarlijk om de zolder – waar in voorgaande jaren een mooie kolonie van Grijzen werd aangetroffen – te betreden. Teleurgesteld lopen we terug naar de auto. A bad day for science.

In de kerk in Borkel huist een mooie – en stabiele – kolonie van Gewone Grootoorvleermuizen. Bas telt er 40. Mijn vader en ik blijven steken bij de eerste acht. In elkaars verlengde zitten ze knus tegen de zijwand geplakt. De oren laten zich eindelijk zien: een mooi staaltje evolutie! Een voor een maken de vleermuizen zich los van de wand. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat onze aanwezigheid toch wat verstoring oplevert. We sluiten de deur en de duisternis keert weder. 

De andere tellers – René en Mark – treffen we vervolgens in Valkenswaard. Onder het genot van een, twee, drie stukken appeltaart doet iedere groep verslag. Een record in Dommelen. Verwarring over Sterksel. Hoe zit het nu met dat Excelbestand?

Na de lunch vertrekken we naar Heeze. Bas verkent in een sneltreinvaart de zolders, terwijl mijn vader en ik wat beduusd aan het bijkomen zijn van klokslag half twee. Timing bij het kerkzoldertellen is zonder meer belangrijk, zo blijkt nu. Weer twee Grijzen, waarvan een zich prachtig laat fotograferen. 

 image-2018-09-08.jpg

Soerendonk vormt het slotstuk. Mijn vader en ik zijn op het hart gedrukt om deze zolder in ieder geval te bezoeken. De kerk in Soerendonk huisvest momenteel 36 Grijze Grootoorvleermuizen: een prachtig aantal. De zolder brengt me terug naar Hongarije: de penetrante geur van guano, een drukkende warmte en een wolk van stof. Omringd door deze unieke beestjes. Op het koor geniet ik even na: dit zie je toch niet elke dag. De koster grapt dat de pastor toch – onverwacht – een hechte aanhang heeft. 

We bedanken Bas voor deze mooie dag. Het fantaseren over onze volgende excursie kan beginnen. Thuis sla ik de Dietz/Von Helversen/Nill erop na. De Gewone en Grijze Grootoorvleermuis zijn sympatrisch, maar de evolutionaire achtergrond daarvan is nog onbekend. Mijn nieuwsgierigheid is geprikkeld.

Geschreven door Marit Vink, dochter van ons werkgroeplid Anton Vink.

Foto's door Anton Vink

In een flat aan de Pomona in Wageningen is een potentieel winterverblijf van de gewone dwergvleermuis ontdekt. Dwergvleermuizen gebruiken deze plek nu om te zwermen: ze inspecteren het winterverblijf en tonen dit aan de jonge dieren.

Het lijkt misschien een beetje een gekke periode van het jaar om over winterverblijven van vleermuizen te berichten, het is tenslotte nog niet eens herfst. Toch is deze periode van het jaar erg geschikt om potentiele winterverblijven van de gewone dwergvleermuis op te sporen. Deze vleermuizen bezoeken rond deze tijd namelijk hun winterverblijfplaatsen en gaan hier zwermen (Video 1). Vleermuizen uit verschillende kolonies vliegen dan druk voor de invliegopening van potentiele winterverblijven. Met dit zwermen wijzen volwassen vrouwtjes de ligging van deze belangrijke verblijfplaatsen aan hun dat jaar geboren jongen. En op de routes daar naartoe komen deze vrouwtjes ook hun paringspartners tegen.


Video 1. Zwermende gewone dwergvleermuizen. Bron: Wiegert Steen.
Tip: Bekijk de video schermvullend: de vleermuizen zijn als kleine bewegende stipjes bij de dakrand te zien.

Dit spectaculaire nazomerzwermen is ook waargenomen in Wageningen. Eind augustus en begin september werd hier op verschillende nachten gekeken en werden telkens zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen bij de Pomonaflat (zie Video 2). Ook afgelopen winter waren er al een paar aanwijzingen voor een winterverblijf op deze locatie. Een KNNV-lid meldde aan vleermuisvrijwilligers in Wageningen een vreemde waarneming: rondvliegende vleermuizen bij haar flat, en dat in hartje winter. De werkgroep was op een koude nacht zelf ook al op zoek gegaan en had hier toevallig óók een zwermende gewone dwergvleermuis aangetroffen. Een derde signaal kwam die winter vervolgens van de vele keutels bij invliegopeningen in de flat.


Video 2. Zwermende gewone dwergvleermuizen in Wageningen. Bron: Wiegert Steen.
Tip: Bekijk de video schermvullend: de vleermuizen zijn als kleine bewegende stipjes bij de dakrand te zien.

Duiden zwermende vleermuizen in de winter dan ook op een winterverblijf? Daar lijkt het sterk op. Door nieuwe inzichten van vleermuisonderzoekers is duidelijk geworden dat gewone dwergvleermuizen aan het begin van vorstperioden soms zwermen bij de (grotere) winterverblijven. Als zich een grote groep dwergvleermuizen op de eerste koude nachten rond een verblijf verzamelt, duidt dit er hoogstwaarschijnlijk op dat zich hier een groter winterverblijf bevindt, niet zelden met tientallen overwinterende dieren.


Gewone dwergvleermuizen in winterslaap (foto: Wiegert Steen).
Foto: Gewone dwergvleermuizen in winterslaap (foto: Wiegert Steen).

De gewone dwergvleermuis overwintert voornamelijk in gebouwen. De dieren zoeken plekken op in spouwmuren, onder dakpannen, in dilatatievoegen, achter betimmering en achter daklijsten. Op dit soort plekken is de gewone dwergvleermuis in de winter lastig te vinden, waardoor het moeilijk is om systematische wintertellingen te doen naar deze soort. Winterverblijven van de gewone dwergvleermuis kunnen daardoor ook jarenlang ongemerkt gebruikt worden. Des te bijzonderder is het daarom wanneer nieuwe winterverblijven van deze vleermuissoort worden gevonden.

Tekst: Vita Hommersen, Zoogdiervereniging
Beeldmateriaal: Wiegert Steen, Vleermuiswerkgroep Wageningen

Nu de zomer aan haar einde komt en de schemer eerder invalt is het laat in de avond donker en stil op straat. Alhoewel… stil? Dat lijkt vaak maar zo. Terwijl u rond elf uur ’s avonds nog even de hond uitlaat twitteren hitsige vleermuizen er boven uw hoofd op los: voor hen is de paartijd aangebroken.

Rosse vleermuis lokt vrouwtjes naar zijn paarverblijfplaats.
Foto: Roepende rosse vleermuis. (Foto: Erik Korsten, Zoogdiervereniging / VLMWGNB)

Om in het donker op insecten te kunnen jagen maken vleermuizen slim gebruik van echolocatie: ze maken met hun stembanden korte piepjes en luisteren of deze terugkaatsen (echo’s) van objecten en insecten in de ruimte om hen heen. Wij horen daar niks of nauwelijks wat van: de geluiden die vleermuizen voor echolocatie maken zijn ultrasoon (van circa 18 kHz tot aan 140 kHz) en liggen dus boven onze gehoorgrens (ongeveer tussen 4 en 18 kHz). Om nergens tegen aan te vliegen moet dat echolocatiezintuig razendsnel werken. Vleermuizen roepen vaak 10 tot 100 piepjes per seconde en creëren daarmee voortdurend een echobeeld dat zo nauwkeurig is dat ze zelfs een spinnendraad kunnen zien en ontwijken. Zoiets als Daphne Schippers die geblinddoekt, tikkend met een blindenstok de 100 meter sprint door de Kalverstraat doet, en toch iedereen weet te ontwijken.

Vleermuizen gebruiken hun stembanden en oren niet alleen om te oriënteren, maar ook om onderling te communiceren. Dat doen ze op allerlei momenten, maar het meest duidelijk en best hoorbaar in de nazomer- en herfst. Dan is het voor veel vleermuizen in Nederland de paartijd en twitteren vooral de mannen er lustig op los. Met lieve woordjes proberen ze vrouwtjes te lokken en met ferm geroep verjagen ze andere mannen uit het territorium. Deze baltsgeluiden liggen vaak net op onze gehoorgrens  (12-25 kHz) en als we ze al horen klinken ze als weinig interessante korte tikjes of trillertjes. Met bepaalde typen vleermuisdetectors kunnen we echter deze geluiden vertragen en beter begrijpen wat er bij balts voor een vleermuis te horen is. Dan blijkt dat vleermuizen de nacht vullen met mysterieus gezang.

Link naar video 'Geluiden Baltsende Vleermuizen'

Terwijl gewone dwergvleermuizen een redelijk eenvoudige roepje hebben zingen ruige dwergvleermuizen vanuit hun boomholte, of vanonder een dakpan best een complex lied. Het bestaat meestal uit drie delen: "tjoetjoetjoetjoe….tsjiep…..tjutjutjioe", soms gevolgd door een zangerig en herhaald "djuuudjiedjoe".

Mannen rosse vleermuizen kennen eigenlijk twee soorten liedjes in de paartijd. Het eerste is een monotoon langgerekte werfroep (als een duikboot) en is kenmerkend voor de balts. Zodra er dan een andere rosse vleermuis in de buurt komt schakelt hij over op oorverdovende en zeer variabele trillers en toonladdertjes. Ook de normaal fluisterstille grootoorvleermuis kan er in de paartijd flink op los bulderen.

Voor Nederlandse vleermuisonderzoekers is het meestal pas na oktober optredende baltsgedrag van de tweekleurige vleermuis een soort van heilige graal. Het aantal waarnemingen van deze zeldzame vleermuis neemt in Nederland toe, maar zijn baltsroep is hier nog maar één keer met zekerheid gehoord. Waarschijnlijk een kwestie van tijd en volharding.

Tekst: Erik Korsten & Glenn Lelieveld, Zoogdiervereniging.
Video: met foto's van Erik Korsten en geluiden van Erik Korsten, Marc vd Valk en Ingemar Ahlén.