• header06.jpg
  • header07.jpg
  • header03.jpg
  • header01.jpg
  • header09.jpg
  • header04.jpg
  • header05.jpg

Afgelopen weekend (25 en 26 mei 2019) vond de eerste landelijke vleermuistuintelling plaats. De eigenaren van iets meer dan 300 tuinen uit heel Nederland deden mee aan de telling en telden in totaal ruim 1900 vleermuizen: een succesvolle eerste telling!

Als het gaat over waar vleermuizen wonen denken veel mensen aan grotten en zolders of kelders van kastelen in prachtige – vaak buitenlandse - natuurgebieden. Ongeveer de helft van de 18 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn echter regelmatig in onze woonomgeving waar te nemen of zijn zelfs onze directe buren. Die vleermuizen wonen dan overdag in spouwmuren of onder dakpannen en jagen ’s nachts op insecten in onze tuinen, plantsoenen, parken en bossen. Andere soorten wonen liever op oude zolders of in boomholten buiten steden of dorpen, maar zoeken naar insecten in tuinen en parken in onze omgeving.

De meest waargenomen vleermuizen bij de vleermuistuintelling; gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis
De meeste waargenomen vleermuizen: gewone dwergvleermuis (links), laatvlieger (midden) en rosse vleermuis (rechts). Foto's Erik Korsten en René Janssen (laatvlieger).

Bewustwording

Dat je op veel plekken in Nederland niet ver de deur uit hoeft om vleermuizen te zien vliegen is bij veel mensen niet bekend. Niet zo gek natuurlijk, want als nachtdieren zijn vleermuizen niet zo zichtbaar als bijvoorbeeld vogels en vlinders die overdag actief zijn. Om meer mensen bewust te maken van de vleermuizen in hun tuin organiseerde de Zoogdiervereniging in samenwerking met www.tuintelling.nl op 25 en 26 mei jl. de eerste landelijk vleermuistuintelling.

Vleermuisfans en nieuwkomers

Aan deze eerste editie deden 307 tuintellers mee en werden 382 tellingen uitgevoerd. Sommige mensen vonden het dus zo leuk dat ze zaterdag én zondagavond vanaf zonsondergang een uur in hun tuin de rondvliegende vleermuizen hebben geteld. De deelnemers bestonden uit een mix van ervaren vleermuisfans en mensen die voor het eerst naar vleermuizen keken. De vleermuistuintelling leverde ook meer dan 175 nieuwe deelnemers aan www.tuintelling.nl op. We hopen dat deze nieuwe tellers naast de vleermuizen ook de vogels, vlinders en bijen in hun tuin gaan tellen.

Dat tuinen ontzettend belangrijk zijn voor vleermuizen blijkt uit dat in bijna 90% van de 382 tellingen deelnemers ook vleermuizen in de tuin zagen vliegen. Als hulpmiddel voor het bepalen van welke soort ze dan zagen was de ZOEKKAART VAN DE MEESTE VOORKOMENDE VLEERMUIZEN IN NEDERLAND ter beschikking gesteld. Herkennen van een soort vraagt echter wel wat oefening. Op 175 locaties gaven tellers aan de soort niet te weten (onbekende vleermuis).

Welke vleermuizen zijn gezien?

Met 216 locaties waren de dwergvleermuizen de meest waargenomen vleermuizen. Op basis van de ecologie en de verspreiding zal dit overwegend om gewone dwergvleermuizen gaan. Op alleen het zicht zijn de gewone, ruige en kleine dwergvleermuis niet van elkaar te onderscheiden. Ook regelmatig, maar op veel minder locaties werden laatvliegers of rosse vleermuizen gezien. Deze twee grotere soorten werden gezien op 58 locaties.
Er werden slechts enkele waarnemingen gedaan van grootoorvleermuizen en watervleermuizen en dat is niet zo vreemd. Grootoorvleermuizen worden pas actief als het bijna donker is en zijn daardoor erg moeilijk te zien. Watervleermuizen jagen het liefst vlak boven grote vijvers en hebben dus een voorkeur voor de grootste tuinen en parken.

Terwijl de meeste mensen slechts enkele vleermuizen boven hun tuin zagen vliegen werden er ook tellingen van tientallen tot meer dan honderd dieren gedaan. Dit zal vooral gaan om één of enkele individuen die steeds weer opnieuw werden geteld. In een aantal gevallen werd echter gemeld dat de getelde vleermuizen uitvlogen uit de woning van de tuinteller of bij de buren. De kaart geeft een overzicht van de locaties van alle tuintellingen en de verhouding tussen het aantal vleermuizen per tuintelling.


1ste vleermuistuintelling 2019: het aantal tuinen met waarnemingen van vleermuizen per provincie.

Op naar de volgende vleermuistuintelling!

De Zoogdiervereniging en www.tuintelling.nl danken alle deelnemers aan de vleermuistuintelling. De eerste editie overtrof onze stoutste verwachtingen en we hopen dat jullie, en met jullie nog veel mensen ook mee gaan doen aan de tweede landelijke vleermuistuintelling. Omdat we van zowel voorjaar als nazomer willen weten waar de vleermuizen uithangen hoef je daar geen jaar op te wachten: de volgende landelijk vleermuistuintelling vind plaats in augustus. Meld je aan bij www.tuintelling.nl en je krijgt er automatisch weer bericht over!

Tekst: Marcel Schillemans en Erik Korsten (Zoogdiervereniging)
Foto's: René Jannsen (laatvlieger) en Erik Korsten
Figuren: Jaarrond tuintelling / Zoogdiervereniging

Vleermuizen activiteit kan sterk variëren van avond tot avond. Het is daarom soms moeilijk om te weten waar welke soorten voorkomen en hoeveel activiteit er is. Vleermuizen activiteit juist en volledig inschatten is ook erg belangrijk om te kunnen inschatten welke maatregelen nodig zijn op plaatsen waar wind turbines gepland worden.

Onderzoekers uit Groot-Brittannië onderzochten data van 48 wind-parken waar SM2BAT-detectors geplaatst waren (passieve detectors die de hele nacht vleermuizen opnemen). Ze selecteerden willekeurige nachten per site (uit de periode juli-oktober), en herhaalden dat een hele boel keer om zo een inschatting te kunnen maken hoeveel nachten je minimum nodig hebt om meer dan 80% kans te hebben dat je locaties hoge vleermuis-activiteit correct inschat. Uit deze analyses bleek dat je meer nachten moet onderzoeken dan nu meestal geadviseerd wordt. Voor Gewone dwergvleermuis en Kleine dwergvleermuis zijn respectievelijk 8 nachten voldoende om een inschatting te kunnen maken. Logischerwijs heb je minder nachten nodig als het weer goed is (resp. 4 en 6). Maar voor een soort als Rosse vleermuis, die erg kwetsbaar is voor aanvaringen met windturbines, heb je minimum 12 nachten nodig. Verrassend genoeg, veranderd dat voor Rosse vleermuis niet als je enkel nachten met goed weer onderzoekt. Handige info om te onthouden als je detectors uitlegt, of een impact-studie wilt inschatten.

Schermafbeelding 2019-05-15 om 18.11.45.png

Richardson S, Lintott P, Hosken DJ, Mathews F (2019) An evidence-based approach to specifying survey effort in ecological assessments of bat activity. Biological Conservation https://doi.org/10.1016/j.biocon.2018.12.014 (niet gratis)

Tekst: Daan Dekeukeleire

Begin jaren 2000 bleek bij genetisch onderzoek dat er bij vleermuizen in Europa een grote cryptische diversiteit is: sommige soorten blijken eigenlijk te bestaan uit meerdere, nauwverwante, soorten. Meestal is deze diversiteit gelinkt aan de ijstijden: toen werden vleermuispopulaties in het zuiden van Europa teruggedrongen, en leefden de populaties van het Iberisch schiereiland, Italië, de Balkan en de Kaukasus afgescheiden, en ontwikkelden zich tot andere soorten.

Het gaat hier om genetisch (en vaak ook ecologisch) heel verschillende soorten, maar morfologische verschillen zijn klein en moeilijk te zien. Vooral bij ‘Franjestaart’ werden de afgelopen jaren veel van die cryptische diversiteit onderzocht en beschreven, maar die ‘nieuwe’ soorten’ moesten wachten tot dit jaar om nieuwe namen te krijgen. Een uitzondering is de Myotis escalerai, de franjestaart in het Iberisch schiereiland. Een recente studie (çoraman et al.) probeert wat duidelijkheid te brengen door de cryptische soorten een naam en een beschrijving te geven. De franjestaarten in de Maghreb worden als ondersoort beschouw van de Iberische franjestaart, en krijgen als naam Myotis escalerai cabrerae. De soort in Italië, Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje werd dan weer een ondersoort van de ‘gewone’ franjestaart; Myotis nattereri helverseni. In de Kaukasus heb je dan Myotis tschulliensis, terwijl de franje in Iran Myotis araxenus heet; en de Levant heb je Myotis hoveli. En dan zijn er nog onduidelijkheden: Corsica heeft ook nog zijn ‘eigen’ unieke (maar voorlopig naamloze) franjestaart, en de situatie in Cyprus, Iran en centraal Azië is nog niet voldoende onderzocht. Maar los daarvan blijft de franjestaart-taxonomie nog steeds verwarrend, want enkele dagen na het eerste artikel verscheen een ander artikel in een ander vakblad (Juste et al.) die de ondersoort-franjestaarten als volwaardige nieuwe soorten beschrijft: Myotis crypticus in Italië, Zuid-Frankrijk en Noord Spanje en Myotis zenatius in de Maghreb. De taxonomische regels zeggen dat deze studie te laat is, maar vermoedelijk zullen verschillende mensen deze namen blijven gebruiken.

image-2019-05-15.jpg

çoramansd E, Dietz C, Hempel E, Ghazaryan A, Levin E, Presetnik P, Zagmajster M, Mayer F. 2019. Reticulate evolutionary history of a Western Palaearctic Bat Complex explained by multiple mtDNA introgressions in secondary contacts. Jounal of Biogeography https://doi.org/10.1111/jbi.13509 (niet gratis)

Juste J, Ruedi, Puechmaille S, Salicini I & Ibanez C. 2019 Two New Cryptic Bat Species within the Myotis nattereri Species Complex (Vespertilionidae, Chiroptera) from the Western Palaearctic. Acta Chiropterologica https://doi.org/10.3161/15081109ACC2018.20.2.001 (niet gratis)

Tekst: Daan Dekeukeleire

Vleermuizen zijn bijzonder sociale dieren. In de zomer leven vrouwtjes leven samen in kraamkolonies, waar de jongen groot worden. Zo’n kolonies, zeker bij soorten die in boomholtes verblijven, verhuizen regelmatig (bij sommige soorten om de paar dagen). Dat moeders hun jongen in zo’n situaties tonen waar te slapen, werd al lang vermoed, maar kon nog nooit aangetoond worden.

Onderzoekers uit Duitsland gebruiken een nieuw type ‘proximity-sensors’, zenders die opslaan als twee dieren op minder dan 10m van elkaar zijn, in een kolonie Rosse vleermuizen. Dit type zenders is vrij zwaar (1.1-1.9 gr), dus kan enkel gebruikt worden op grotere soorten. Uit dit onderzoek blijkt dat Rosse vleermuis-moeders informatie doorgeven aan hun jongen waar de verblijfplaatsen zich bevinden. Jonge vleermuizen volgen dus hun moeders, en geen andere individuen uit de kolonie. Tijdens de nachtelijke foerageer vluchten waren er slechts kortstondige en toevallige ontmoetingen, wat er op wijst dat moeders geen informatie doorgeven over waar jongen kunnen foerageren.

Schermafbeelding 2019-05-15 om 18.19.16.png

Ripperger S, Günther L. Wieser H, Duda N, Hierold M, Cassens B, Kapitza R, Koelpin A, Mayer F. (2019) Proximity sensors on common noctules bats reveal evidence that mothers guide juveniles to roosts but not food. Biology Letters https://doi.org/10.1098/rsbl.2018.0884 (niet gratis)

Tekst: Daan Dekeukeleire

5f26d047-145f-4038-a096-5192c433cfb6.jpg&h=350&w=870&v=1557412185.jpeg

Na de al best bekende nationale tellingen van vogels, vlinders en bijen, is het nu de beurt aan iets minder bekende tuingasten: vleermuizen. Nou denkt u misschien: “Vleermuizen, bij mij in de tuin???” Maar jazeker; in veel Nederlandse tuinen zijn regelmatig vliegende vleermuizen te zien. U kunt dat zelf ontdekken op 25 en 26 mei tijdens de eerste Nationale Vleermuistuintelling.

Typische tuin-vleermuizen

Van de achttien in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is er een aantal regelmatig in onze woonomgeving te zien. Soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger wonen graag in spouwmuren en onder dakpannen en jagen ook in parken en tuinen. De gewone grootoorvleermuis woont zowel op rustige (oude) zolders als in holle bomen en wie geluk heeft, kan hem in vooral oude tuinen, parken en bossen zien. Er zijn ook soorten, zoals de watervleermuis, die liever in boomholten wonen, maar toch regelmatig vlak boven het wateroppervlak van vijvers in dorpen en steden jagen. De rosse vleermuis is ook zo’n boombewoner, die soms hoog boven een park of tuin op jacht is naar kevers en nachtvlinders.

En die insecten eten ze veel! Een gemiddelde vleermuis eet per nacht zo’n duizend insecten! Daarmee dragen ze bij aan het in toom houden van de aantallen steekmuggen en de voor groente, fruit en tuinplanten schadelijke nachtvlinders en kevers.

Groen + water + donker = vleermuizen

Vleermuizen zijn bovendien goede indicatoren voor een duurzame, natuurinclusieve omgeving. Vooral daar waar mensen in hun eigen omgeving genoeg ruimte laten voor natuurlijk groen, waterrijke natuur en een donkere nacht, komen veel vleermuizen voor. Wij, en u vast ook, zijn daarom heel erg benieuwd of vleermuizen ook bij u in de tuin rondvliegen. Als u ‘s avonds in de schemering nog graag in de tuin zit, kunt u op 25 en 26 mei 2019 de vleermuizen in uw tuin ontdekken tijdens de eerste Nationale Vleermuistuintelling!

Meedoen met de Vleermuistuintelling

Om vleermuizen te zien, kunt u het best vanaf zonsondergang een uurtje in uw tuin gaan zitten. Dat is op 25 en 26 mei vanaf ongeveer 21:40 uur. Om het silhouet van een vliegende vleermuis goed te kunnen zien, zoekt u een plekje van waaruit u vrij zicht hebt op een stuk avondhemel. Bij voorkeur met ook wat zicht op een boom of struiken.

Als u dan vleermuizen ziet, kunt u op Tuintelling.nl doorgeven hoeveel vleermuizen u in of boven uw tuin hebt zien vliegen en welke soort u denkt dat het is. Voor het bepalen van de soort heeft de Zoogdiervereniging een eenvoudig hulpmiddel gemaakt: de Zoekkaart voor de meest voorkomende vleermuizen in Nederland. Met deze zoekkaart kunt u op basis van de grootte van de vleermuis en de manier van vliegen zelf ontdekken welk soort of soorten vleermuizen er in uw tuin voorkomen. De zoekkaart kunt u gratis aanvragen of downloaden bij de Zoogdiervereniging.

Doet u mee met de Nationale Vleermuistuintelling en geniet u van de vleermuizen in uw tuin? 

Laat ons dan meegenieten! Pak uw smartphone, foto- of videocamera en film de vleermuizen. Zet uw filmpje op Youtube en deel het met ons via Facebook, Twitter, LinkedIn, of stuur een linkje. U kunt uw filmpje ook via WeTransfer naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. sturen.