• header09.jpg
  • header06.jpg
  • header07.jpg
  • header04.jpg
  • header03.jpg
  • header01.jpg
  • header05.jpg

Welkom op de website van Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Op deze website willen wij u informeren over allerlei vleermuiszaken in Noord-Brabant.

 

Hieronder vindt u het laatste nieuws over onze werkgroep.

Op zaterdagochtend 18 oktober om 10 uur vertrokken we, Hans en Henk de Wit, richting de biologische tuinderij De Twee Linden in de Reek alwaar Carlo Wijnen en Kell Eradus ons stonden op te wachten. Achter de auto een aanhangwagen met daarin een leeg 1.000 liter vat en een grote hoeveelheid waterslangen. Deze methode was een idee van Gerrit Staal nadat we tevergeefs een aantal boeren hadden benaderd om met de tractor en een schone gierton het water in de kelder te laten lopen. Ook de lokale brandweer zag het niet zitten om ons te helpen. Te ver weg. Toen kwam Gerrit met het idee van de tank. Opgelost zo dachten we. Een eenvoudige oplossing die we ook nog geheel zelf in eigen beheer konden uitvoeren.

Om niet een groot aantal kilometers met 1.000 liter water te hoeven rijden, zouden we het 1.000 liter vat bij Kell op de tuinderij vullen met grondwater en dan richting de Vleermuiskelder gaan op het voormalige MOB complex te Schaijk.

151018 foto1Slangen uitleggen, onze slangen en een stuk van Carlo waren lang genoeg om bij de kelder te komen. Na een half uurtje was alles aangesloten en kon het vullen van de kelder beginnen.
Kraan open en vullen maar. Snel kwamen we er echter achter dat het toch wel erg langzaam ging. Slang nagelopen en een tweetal lekken verholpen maar nog steeds ging het heel erg langzaam. Na 2,5 uur hadden we 300 liter in de kelder. Dat schoot niet op. De weerstand van de lange slang was blijkbaar te hoog.

Goede raad was duur. Echter aan de creativiteit van Carlo komt geen eind: "Ik heb thuis een compressor staan waarmee we luchtdruk op de tank kunnen zetten zodat het sneller zal gaan." Carlo z'n buurman had een aggregaat, zo wist hij, en hup het probleem leek opgelost. Carlo naar huis met de deksel van de tank (daar moest een luchtaansluiting op komen) om de aggregaat en de compressor op te halen.

151018 foto2Na een half uurtje was hij terug. Hij had alles bij zich en het deksel was voorzien van een fraaie luchtaansluiting. Alles aangesloten en de aggregaat gestart. Stekker van de compressor in het stopcontact en oeps... aggregaat uit. Opnieuw gestart, stekker er in en oeps... aggregaat uit. Even kijken op de vermogensplaatjes van aggregaat en compressor.
Resultaat: Compressor neemt meer vermogen dan aggregaat kan leveren. Even niet aan gedacht.

Wat nu? Carlo: "Ik heb nog een kleine waterpomp en als we die tussen de slang en de 1.000 liter tank monteren, kunnen we m.b.v. de aggregaat de tank leeg pompen in de kelder." Carlo weer in de auto naar huis om de pomp en materiaal om de pomp te kunnen monteren, op te halen.
Na een tijdje Carlo weer terug. Pomp geplaatst, aggregaat gestart, pomp loopt even en oeps... aggregaat valt uit. U raadt het al: ook de pomp nam te veel stroom op zodra deze water verpompte.
Wat nu. Hans had de oplossing: "Ik heb thuis een kleine compressor die op het stopcontact van de auto kan werken waarmee we luchtdruk op de tank kunnen zetten." Hans naar Nuland met de tankdeksel (moest geschikt gemaakt worden voor de kleine compressor aansluiting) om de compressor te halen.

Wij wachten. Toen kwam Carlo met het idee om aan de buurman te vragen of we zijn elektroaansluiting zouden mogen gebruiken zodat we de pomp van Carlo toch nog zouden kunnen gebruiken.
Naar de buurman: Niet thuis.
Weer wachten.

151018 foto3Kell: "Als we nu eens een grotere aggregaat bij Boels of Kennis huren, dan kunnen we de pomp toch gebruiken. Met meer vermogen moet dat lukken."
Fa. Kennis gebeld met de vraag of ze een aggregaat hadden die groot genoeg was om de pomp van stroom te voorzien en wat de kosten waren. Dat laatste viel wel mee.
Kennis had een aggregaat die groot genoeg was. Kell en Carlo met de bus naar Uden om de aggregaat op te halen.
Drie kwartier later waren ze terug. Pomp weer aangesloten aan de tank, aggregaat gestart en stekker van de pomp er in. Alles draaide perfect. 25 minuten later was de tank leeg en stond er een klein plasje water in de kelder, maar dat was bij lange na niet genoeg.

Watertank uit de aanhanger gehaald en in Kell z'n bus geplaatst (niemand kon de aanhanger trekken daar Carlo en Kell geen trekhaak hadden en Hans naar Nuland was) en naar de tuinderij om het vat te vullen. Weer terug, tank aangesloten en pompen maar. Half uurtje later tank leeg en 5 tot 6 cm water in de kelder. Vonden we nog niet genoeg.

Weer terug naar de tuinderij en weer 1.000 liter in de tank gedaan. Kwartier later weer terug bij het MOB complex en een half uurtje later was de tank weer leeg en 11,5 cm water in de kelder.

151018 foto4Ook Hans was inmiddels terug, alles geprepareerd maar dat hadden we niet meer nodig. De kelder had flink wat water en het was inmiddels half 5 en voor 5 uur moest de aggregaat retour naar Fa. Kennis.
Snel aggregaat retour door Kell en slangen opruimen. Tank terug in de aanhangen en nog effe na kletsen.

We waren allen zeer gelukkig en voldaan over het uiteindelijke resultaat. Flink wat water in de kelder (inmiddels hingen de condens druppels al aan de zolder) en daar was het toch allemaal om te doen.
We weten nu wel voor de volgende keer hoe het moet en het zal dan een stuk sneller gaan.

Resultaat uiteindelijk dus geheel volgens wens, maar een makkie zoals gedacht? Nee niet echt.
Wel een leuke zaterdag gehad.

Henk de Wit.

© Erik Korsten, Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant.
Na een prachtige en warme vrijdag 10 april was het zaterdag 11 april toch weer behoorlijk kil. Bij zonsondergang was het in De Kaaistoep maar net 6,5 graden Celsius, en tegen 21:00 u. was het zelfs nog maar 4,5 graden Celsius. Veel van de dwergvleermuizen waren blijkbaar wel

Met de eerste warme dagen in maart was het al duidelijk: de winter komt op zijn einde. De wintertellers van de Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant voelden dat al aankomen, want voor hen sloot op 15 februari al de periode waarin zijn hun fort, bunker, ijskelder of vleermuiskelder mochten bezoeken voor het tellen van vleermuizen in winterslaap.

Deze tellingen maken deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en de Zoogdiervereniging. Ze worden uitgevoerd door een aantal ervaren en getrainde leden van onze werkgroep (telleiders), vaak bijgestaan door één of twee leden of andere betrokkenen. Omdat vleermuizen in winterslaap gevoelig zijn voor verstoring en het te vaak verstoren hun overlevingskansen in de winter kan beperken, zijn de tellingen gebonden aan strikte regels. Zo mag er alleen in de periode tussen 15 december en 15 februari geteld worden, mag ieder winterverbliijf in die periode maar één keer geteld worden en is het aantal deelnemers aan zo'n telling beperkt. Bovendien moet de telleider in het bezit zijn van een ontheffing van de Flora- en faunawet voor het betreden van een winterverblijf.
De Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant telt jaarlijks rond de 135 vleermuiswinterverblijven, en in deze winter zaten daar weer 6 nieuwe winterverblijfplaatsen bij.

Dat de telleiders al vroeg de lente in hun kop hadden bleek uit het feit dat nog niet eerder alle telleiders de resultaten al voor 15 maart hadden ingestuurd. Daardoor kon ik als provinciaal coördinator ook al snel aan de slag om de formulieren te controleren, in de database in te voeren en de totalen in een grafiek weer te geven.

Grafiek 1 is een staafdiagram van de meest aangetroffen soorten in de periode winter 2000-2001 tot en met winter 2014-2015. Een winter wordt hierin aangeduid met het laatste jaar. Soorten die af en toe in de winter in kasten zijn geteld, zoals ruige dwergvleermuis en rosse vleermuizen zijn niet weergegeven. We hebben van veel objecten ook data van voor 2000, maar die zijn nog niet in een grafiek verwerkt.

wintertellingen 2000 2015 1

We telden dit jaar in totaal 699 vleermuizen:

  • 77 baard- / Brandts vleermuizen
  • 116 franjestaarten
  • 161 watervleermuizen
  • 73 gewone dwergvleermuizen
  • 267 gewone grootoorvleermuizen
  • en 5 vleermuizen hadden zich zo goed verstopt dat ze niet op naam gebracht konden worden (indeterminabel)

 

Het totaal aantal getelde vleermuizen is weliswaar meer dan in 2014, maar nog steeds aanzienlijk minder dan in de periode 2008-2013. Als we dan kijken naar de lijndiagram in grafiek 2 dan zien we dat we in die periode vooral meer watervleermuizen en baardvleermuizen telde. Het aantal franjestaarten loopt langzaam maar zeker op, en het aantal grootoorvleermuizen is zelfs sterk gestegen. De sterke fluctuaties bij de grootoorvleermuizen in de laatste jaren hebben mogelijk te maken met sterk verschillende temperaturen op de teldata of de periode daarvoor. Grootoorvleermuizen reageren sterk op temperatuur. Bij koude periode kunnen ze in grote aantallen in winterverblijven worden aangetroffen, en deze bij een warmere winterperiode geheel verlaten.

wintertellingen 2000 2015 2

 

De toename van het aantal getelde gewone dwergvleermuizen is mogelijk een gevolg van een toename van het aantal geschikte winterverblijven voor die soort in het telbestand. In sommige van deze objecten nemen de aantal gewone dwergvleermuizen ook langzaam toe, zoals op de MOB-complexen in Heesch en Schaijk, maar het aantal op de Binnendieze was dit jaar echter wat lager dan voorgaande jaren.
De grafieken geven de aantal weer die door de telleiders van de Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant zijn geteld. Hierbij zitten dus niet de gegevens van wintertellingen door andere partijen. De grafieken geven evenmin de populatieontwikkeling van deze soorten weer. Die worden op basis van de tellingen berekent door het CBS en de Zoogdiervereniging.

In een volgend bericht op de website zal ik ingaan op de ontwikkelingen in een aantal specifieke objecten en, indien al beschikbaar, ook op de populatieontwikkeling van een aantal soorten in Noord-Brabant.

Bij deze wil ik de telleiders en alle betrokken tellers hartelijk danken voor hun inzet deze winter!


Erik Korsten
Provinciaal coördinator Wintertellingen
Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Kaartje wintertelling vliegbasis Eindhoven 2014 2015 Op 26 januari 2015 heeft de wintertelling op de Vliegbasis Eindhoven plaatsgevonden door Frans Hijnen, Jarno van Bussel en Martin Vink.

De volgende objecten zijn geteld:

Bunker 1    Bruine grootoor    2 stuks  (plecotus auritus)
Bunker 2    Bruine grootoor    0 stuks  ,, 
Bunker 3    Bruine grootoor   2 stuks  ,, 
Bunker 4    Bruine grootoor    6 stuks  ,, 

 

Verder dagpauwoog en enkele roesjes aangetroffen.
Bunker 5, oude LCB wordt niet meer geïnventariseerd, afgesloten.

Bunker 3 en 4, 2 zwarte plastic tonnen geplaatst.
Bunker 1 en 2, 1 zwarte ton geplaatst.
In bunker 2 stond al één blauwe ton met water.

Luchtvochtigheid:
Bunker 1   63%
Bunker 2   55 %
Bunker 3   50 %
Bunker 4   55 %
Gemiddelde luchtvochtigheid was 55 %.

Bunker 2 is aangepast met extra muurtjes. Waarschijnlijk zijn door deze aanpassing dit jaar geen vleermuizen aangetroffen.
Bunker 1 zal dit voorjaar ook aangepast worden middels extra muurtjes. In alle bunkers zullen extra steigerplanken tegen de reeds aanwezige steigerplanken gemonteerd worden.

 

Martin Vink

Beste leden,
een opmerkelijk stukje van Erik Korsten, midden in de kou van de laatste dagen.
Gr.Frans

Gisteravond met vijf graden vorst met de vleermuisdetector op pad geweest. Zinloos? Absoluut niet. Op het eind zijn de vleermuizen te zien.

Op dinsdag 2 December 2014 wordt er wederom een avond georganiseerd in het IVN gebouw te Best, aanvang 20.00 uur.

Op deze avond wordt de jaarlijkse, inmiddels een traditie, avond gegeven mbt vleermuisherkenning in de winterverblijven. Deze avond wordt gegeven door Eric Janssen, werkgroepslid maar vooral ook werkzaam binnen de Zoogdiervereniging. Tijdens deze avond leren we te kijken naar de soorten, met hun typische kenmerken, die we treffen in de winterverblijven. Dit natuurlijk om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de aantallen van onze overwinterende vleermuizen.

Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant heeft een nieuwe website in gebruik genomen.

De website is nog niet af, er wordt nog hard gewerkt om de website verder te vullen met interessante informatie over vleermuizen.

Door terugmeldingen van geringde vleermuizen is bekend dat sommige Europese vleermuissoorten over grote afstanden migreren en dat dieren daarbij ook de Oostzee en de Noordzee kunnen oversteken. Geen geringe prestatie voor een dier met een gewicht van hooguit 1 à 2 velletjes A4-papier. Toch halen niet alle dieren zo makkelijk de andere kust…

Ruige dwergvleermuis aan boord van de Offshore Fortitude.Op woensdag 1 november 2018 meldt het Allseas Fortitude ROV Team* aan het Eurobats-kantoor in Bonn dat er op één van hun bevoorradingsschepen een vleermuisje was komen aanvliegen. Het beestje was gevangen en in een doos opgeborgen. “Wat er mee moest gebeuren, want een vleermuis hoort toch niet midden op zee?” Andreas Streit van Eurobats licht Herman Limpens en Jasja Dekker van de Zoogdiervereniging en Batlife Europe in.
(*een team dat werkt met onderwaterrobots)

Via hen wordt Jan Boshamer op de hoogte gebracht. Jan, een vleermuisliefhebber pur sang, komt uit de kop van Noord-Holland en heeft ervaring met het opvangen van vleermuizen die tijdens hun migratie over zee op schepen of boorplatformen stranden. Na contact met de bemanning van de Allseas Fortitude, besluit Jan het vleermuisje in de haven van IJmuiden op te halen: “Ook al is het niet de eerste keer, een vleermuis op zee is en blijft tenslotte een erg leuke waarneming”.

Eenmaal in de haven van IJmuiden wordt er door de bemanning van de tender Roos (een snelvarende sloep) een flinke doos aan land gebracht. De doos is, op wat luchtgaatjes na, aan alle kanten met duct-tape stevig dicht gemaakt. Het diertje is namelijk aan boord al een echte ‘escapemaster’ gebleken.

Na voorzichtig openen van de doos blijkt de gestrande vleermuis een vrouwtje ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) te zijn. “Een volwassen dier”, zoals blijkt uit de gemeten onderarm van 35,2 mm, maar ook uit het feit dat ze zichtbaar het afgelopen zomerseizoen een jong heeft gezoogd. Met een gewicht van 8,3 gram was ze in prima conditie. Het diertje had aan boord al water te drinken gekregen.

De ruige dwergvleermuis wordt overgedragen aan De Roos, die haar naar IJmuiden zal brengen.Het schip waarop de vleermuis was gevangen is de Offshore Fortitude van Allseas uit Rotterdam (link). Dat is een zogenaamde supplier; een vaartuig dat de bevoorrading tussen de vaste wal en de verschillende boor- en productieplatforms verzorgt. De vleermuis werd opgemerkt toen het schip zich veertig kilometer uit de kust ter hoogte van Katwijk bevond. De weersomstandigheden waren op dat moment redelijk gunstig voor migrerende soorten zoals de ruige dwergvleermuis; overwegend droog en 8 graden Celsius, met een zachte tot matige wind uit zuid- tot zuidoostelijk richting.

Eenmaal thuis in Julianadorp heeft Jan de vleermuis nauwkeurig bekeken en opgemeten. Daar heeft ze naast te drinken ook flink wat meelwormen gekregen. “Ik heb haar enkele dagen later een plekje gegeven in één van mijn vleermuiskasten in het park van Noorderhaven. Met een inmiddels toegenomen gewicht van 10,5 gram in prima conditie om een eventuele oversteek naar Groot-Brittannië nog een keer te wagen”.

Jan vind het prachtig om aan dergelijke ‘reddingsacties’ mee te werken: “Hoewel ondertussen op allerlei manieren onderzoek wordt gedaan naar migratiegedrag van vleermuizen op de Noordzee is het toch erg waardevol meldingen van op zee gestrande vleermuizen na te trekken. Beetje bij beetje helpen ze om de hiaten in onze kennis over het migratiegedrag van deze soort in te vullen.”

Meer informatie over migratie van vleermuizen over de Noordzee.
Een overzicht van op schepen en platformen op de Noordzee gestrande vleermuizen verscheen in de wetenschappelijk tijdschriften Lutra en Acta Chiropterologica. De Universiteit Wageningen (WUR) voert momenteel onderzoek uit naar de effecten van off-shore windparken op de migratie van vleermuizen over de Noordzee. In samenwerking met Herman Limpens van de Zoogdiervereniging verscheen onlangs het rapport: “Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur” waarin ook aandacht wordt besteed aan de effecten van windparken op land en op zee op vleermuizen en op duurzame natuurinclusieve oplossingsrichtingen”. Eerder verscheen in dezelfde samenwerking ook al een //www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/windenergie/ecologie/wind-zee-ecologisch/documenten-wozep-0/vleermuizen/@166942/migrating-bats/" target="_blank" style="color: rgb(0, 0, 0); font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12px;">rapport over de migrerende populaties vleermuizen op en rond de Noordzee.

Tekst: Jan Boshamer, met aanvullingen van Erik Korsten (Zoogdiervereniging)
Foto’s: Boven: Ruige dwergvleermuis in goede handen aan boord van de Allseas Fortitude. Onder: De vleermuis gaat aan boord van De Roos en op weg naar IJmuiden. Foto's door bemanning Fortitude – Allseas, Rotterdam.

Meer lezen:

  1. Boshamer, J.P.C. & J.P. Bekker, 2008. Nathusius’ pipistrelles (Pipistrellus nathusii) and other species of bats on offshore platforms in the Dutch sector of the North Sea. Lutra, 51: 17-36.
  2. Petersen, A., J-K Jensen, P. Jenkins, D. Bloch & F. Ingimarsson, 2014. A review of the occurence of bats (Chiroptera) on islands in the North East Atlantic and on North Sea Installations. Acta Chiropterologica, 16(1): 169–195
  3. Buij, R., R  .H.  Jongbloed, S. Geelhoed, H.  van der Jeugd, E. Klop, S. Lagerveld, H. Limpens, H. Meeuwsen, F. Ottburg, P. Schippers, J.  Tamis, J.  Verboom, J. T. van der Wal, R. Wegman, E. Winter, A. Schotman, 2018. Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland; Overzicht van effecten van hernieuwbare energie-infrastructuur en hoogspanningslijnen op de kwetsbaarste soorten vogels, vleermuizen, zeezoogdieren en vissen, en oplossingsrichtingen voor een natuurinclusieve energietransitie, Wageningen Environmental Research, Rapport 2883. 232 blz.; 49 fig.; 41 tab.; 446 ref.
  4. //www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/windenergie/ecologie/wind-zee-ecologisch/documenten-wozep-0/vleermuizen/@166942/migrating-bats/" target="_blank" style="color: rgb(0, 0, 0); font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12px;">Limpens, H.J.G.A., S. Lagerveld, I. Ahlén, D. Anxionnat, T. Aughney, H.J. Baagøe, , L. Bach, P. Bach, J.P.C.Boshamer, K. Boughey, T. Le Campion, M. Christensen, J.J.A. Dekker, T. Douma, M.-J. Dubourg-Savage, J.Durinck, M. Elmeros, A.-J. Haarsma, J. Haddow, D. Hargreaves, J. Hurst, E.A. Jansen, T.W. Johansen, J. de Jong, D. Jouan, J. van der Kooij, E.-M. Kyheroinen, F. Mathews T.C. Michaelsen, J.D. Møller, G. Pētersons, N. Roche, L. Rodrigues , J. Russ, Q. Smits , S. Swift, E.T. Fjederholt, P. Twisk, B. Vandendriesche & M.J. Schillemans, 2017. Migrating bats at the southern North Sea - Approach to an estimation of migration populations of bats at southern North Sea . Rapport 2016.031. Zoogdiervereniging (Dutch Mammal Society), Nijmegen/ Wageningen Marine Research .