• header06.jpg
  • header03.jpg
  • header01.jpg
  • header07.jpg
  • header05.jpg
  • header04.jpg
  • header09.jpg

Welkom op de website van Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Op deze website willen wij u informeren over allerlei vleermuiszaken in Noord-Brabant.

 

Hieronder vindt u het laatste nieuws over onze werkgroep.

Het is 24 jaar geleden dat de mopsvleermuis voor het laatst werd vastgesteld in Nederland. De laatste melding was een overwinterend exemplaar nabij Sluis in 1993. De soort werd in de meest recente Nederlandse Rode Lijst dan ook als uitgestorven verklaard. Op 1 mei 2017 kon de mopsvleermuis met zekerheid worden vastgesteld in de bossen van Clinge en St- Jansteen in Zeeuws-Vlaanderen.

De mopsvleermuis is een middelgrote vleermuis met een korte stompe snuit. Met hun typisch tweeledig echolocatiegeluid hebben ze zich gespecialiseerd in het vangen van kleine nachtvlinders, maar ze eten o.a. ook wel muggen en vliegen. Het is een koude tolerante soort waardoor je ze ook vaak in de ‘relatief’ warmere momenten van de winterperiode foeragerend kan aantreffen. In de periode 1981 tot 1993 werden nog overwinterende mopsvleermuizen gevonden in een ruïne in Sluis (Zeeuw-Vlaanderen), op minder dan een kilometer van West-Vlaanderen waar er tot de winter 2000-2001 nog werden vastgesteld. Met de sloop van de ruïne is de overwinterlocatie verdwenen.


Mopsvleermuis (foto: René Janssen).

Wat vooraf ging in Vlaanderen in 2014 tot 2016

Het goede nieuws begon in augustus 2014 met één toevallige geluidsopname van de mopsvleermuis in het Waasland (Oost-Vlaanderen). Joris Everaert deed hiermee één van de meest opvallende ontdekkingen in jaren. Eerder dat jaar werd de mopsvleermuis nog officieel als uitgestorven verklaard in Vlaanderen. De regionale natuurvereniging vzw Durme startte in 2015 in samenwerking met de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt een soortenbeschermingsproject. Het resultaat was een droom die uitkwam, want in 2015 en 2016 konden in het Waasland kraamkolonies gevonden worden in vier verschillende gebieden. De soort blijkt aanwezig te zijn in nagenoeg elk groot boscomplex van het Waasland, dus wellicht gaat het om een populatie die daar al lang aanwezig is. Het bewijs van voortplanting in de kraamkolonies was trouwens een primeur voor België. Drie kolonies bevonden zich achter de losse schors van dode populieren en een andere kolonie zat achter een vensterluik van een huis. Eén van de boomkolonies bevond zich in het Wullebos te Moerbeke en Stekene, ongeveer twee kilometer van de Nederlandse grens. Bij het onderzoek werkten ook al enkele Nederlandse vleermuisexperts mee, en de hoop op de vaststelling van mopsvleermuis in Nederland werd alsmaar groter. Sinds 2015 ging men in Nederland – aanvankelijk zonder succes – zoeken in onder meer de Clingse bossen (Clinge & St-Jansteen) net ten noorden van het Stropersbos in Stekene (Oost-Vlaanderen). Eind april 2017 werd de soort ook in het Stropersbos waargenomen, en wat nu blijkt ook al vroeger. Een late analyse van geluidsopnames met een automatisch werkende bat-detector, bracht begin mei 2017 namelijk aan het licht dat de mopsvleermuis al in augustus 2015 in het Stropersbos werd vastgesteld.


Locatie van de geluidsopname van de mopsvleermuis (foto: Alex Wieland).

De nieuwe vaststelling in Nederland

Na de waarnemingen in het Stropersbos in Vlaanderen, wandelde Joris Everaert op 1 mei 2017 rond in de Nederlandse Clingse bossen, in de hoop de soort eindelijk weer op de Nederlandse lijst te kunnen zetten. En met succes! Het was natuurlijk wel te verwachten na de waarnemingen net over de grens. En misschien is de soort er zelfs al eerder vastgesteld. Alex Wieland heeft namelijk uit 2015 en 2016 nog een hoop opnames van 35 boslocaties in de grensstreek van een automatische bat-detector die nog moeten geanalyseerd worden.  De Clingse bossen zijn in eigendom van waterwinbedrijf Evides en in beheer van stichting Het Zeeuwse-Landschap. Door de waterwinkanalen zijn er veel bosranden aanwezig. Het beheer is gericht op ontwikkelen van zoveel mogelijk biodiversiteit. Dood staand hout mag blijven staan als de veiligheid dit toelaat. De aanwezigheid van de mopsvleermuis is dus een kroon op het werk van Het Zeeuwse Landschap.


Sonogram opname mopsvleermuis (opname: Joris Everaert).

Nog veel vragen

Omdat er relatief weinig mensen bezig zijn met grondig vleermuisonderzoek, kunnen er echt nog ontdekkingen worden gedaan. Iedereen hoopt nu dat er ook effectief een mopsvleermuis kolonie kan worden gevonden in Nederland.
Ook de Zoogdiervereniging is natuurlijk geweldig blij met dit hernieuwd waarnemen van deze bijzondere soort, de mopsvleermuis. Met nieuwe generaties bat detectors is de kans de soort waar te nemen gelukkig behoorlijk toegenomen. We kunnen nu gericht gaan zoeken. 

Belangrijke vragen zijn: 
- of de soort er weer is, of niet is weggeweest, 
- of het alleen foeragerende dieren zijn, of dat we ook (kraam)groepen onderdak bieden, en
- of het voorkomen, langs de grens van Vlaanderen, alleen in Zeeuws-Vlaanderen of ook in Noord-Brabant en Limburg te verwachten is. 

De mopsvleermuis is een soort van bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn, waarvoor in Nederland geen Natura2000 gebieden zijn aangewezen. We roepen de Nederlandsch/Belgische grens-provincies op de beleidsverantwoordelijkheid te nemen en de soort interregionaal op de kaart te zetten.  

Tekst: Joris Everaert (Vzw Durme, Zoogdierenwerkgroep Waas, Durme & Schelde en Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt) en Alex Wieland (Het Zeeuwse Landschap).

Op dinsdag 25 april heeft een klein, maar geïnteresseerd groepje van onze werkgroep een voordracht bijgewoond van 'onze' Provinciaal Coördinator Kerkzoldertellingen; Bas Dielen in het Natuurmuseum te Tilburg.

Daar werd ons met een mooie lezing uitgelegd wat (kerk)zoldertellingen inhouden en hoe we mee kunnen helpen om dit, geheel onterecht, ondergeschoven kindje van onze werkgroep meer armslag te geven.

In 2008 is er een onderzoek naar Grijze Grootoorvleermuizen op (kerk)zolders gestart door onze vorige ProCo en gewaardeerd werkgroeplid René Janssen om meer te weten te komen over de aantallen Grijze Grootoren op de Brabantse (kerk)zolders. Hierover heeft hij een mooi en interessant verslag geschreven genaamd De vergrijzing van Noord Brabant

Het kleine groepje die deze tellingen verricht heeft versterking nodig!

Voortbordurend op dat onderzoek vinden er nog steeds kerkzoldertellingen plaats. Hiervoor is een Handleiding Vleermuisonderzoek Kerkzolders opgesteld. De tellingen worden in kleine groepjes (min. 2 pers.) verricht om zo min mogelijk verstoring te veroorzaken en om elkaar fysiek en mentaal bij te staan. Mocht je twijfelen over je soortenkennis kan je dus ter plaatse overleggen of eventueel een foto maken en deze overleggen met de ProCo.

Wat wordt er van je verwacht?

1x per jaar, rond half juli tot half aug, een aantal (kerk)zolders te tellen.

Zelf een ronde (zo'n 6 zolderbezoeken per regio/per dag zijn haalbaar) plannen/samenstellen i.o.m. Bas Dielen. Bas zorgt voor de ontheffingen.

Zelf contacten leggen met eigenaar/beheerder van de objecten.

Benodigd materiaal: Ontheffing, Notitieboekje/telformulier, Zaklamp, Verrekijker, Camera.

 

Aanmelden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Inventarisatiemethoden voor vleermuizen zijn verbeterd. De methoden voor het vaststellen van winter- en zomerverblijfplaatsen zijn aangepast op basis van een evaluatie van het Vleermuisprotocol 2013 in het Vleermuisvakberaad. Het geactualiseerde Vleermuisprotocol 2017 is op 13 maart 2017 gepubliceerd.

Het Vleermuisprotocol 2017 beschrijft het onderzoek dat nodig is om de kans op aanwezigheid van vleermuizen vast te stellen voor ruimtelijke ordeningsprocedures. De brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging ontwikkelden in 2008 in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur het eerste protocol. Het protocol wordt jaarlijks in het Vleermuisvakberaad geëvalueerd door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). 

De aanpassing van het Vleermuisprotocol betreft de methoden voor het vaststellen van winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (waarnemen van zwermende dieren) en van zomerverblijfplaatsen van alle soorten vleermuizen (de timing van de veldbezoeken). De aanpassingen zijn gebaseerd op het oordeel van de deskundigen in het Vleermuisvakberaad.

Het toepassen van het protocol geeft grote mate van zekerheid dat het bevoegd gezag bij de aanvraag van een Verklaring Van Geen Bezwaar bij de Omgevingsvergunning of ontheffing voor de Wet natuurbescherming geen aanvullend inventarisatieonderzoek verlangt en dat een onderzoek stand houdt in een eventuele juridische procedure, in het bijzonder als de aanwezigheid van gebiedsfuncties voor vleermuizen volgens het protocol kan worden uitgesloten. Bij aantasting van hun leefgebied door bijvoorbeeld de sloop van gebouwen zijn begeleidende maatregelen nodig. De gegevens daarvoor komen uit het onderzoek volgens het protocol.

Het Vleermuisprotocol wordt gezien als hulpmiddel voor de ecologisch geschoolde ervaren vleermuiswaarnemer. Het Netwerk Groene Bureaus verplicht zijn leden tot gebruik van het protocol. De Zoogdiervereniging voldoet bij haar eigen veldwerk aan het protocol en beveelt het gebruik ervan bij iedereen aan. Het Vleermuisprotocol heeft in de afgelopen jaren zijn nut bewezen. De organisaties zijn tevreden over de brede toepassing van het protocol bij ruimtelijke ingrepen.

Download het protocol hier. (het is een excelbestand met meerdere tabbladen)

Tekst: B.H. van Leeuwen (Netwerk Groene Bureau's)

Afgelopen vrijdag 16 september 2016 vond een bewoonster van de Telegraafstraat in Tilburg een vleermuis in haar slaapkamer. Het dier hing aan de lijst van een schilderij en was waarschijnlijk tijdens de felle regenbuien eerder die nacht binnengevlogen. Via het gemeentelijke contactpersoon van Meldpunt voor Vleermuizen en Steenmarter Noord-Brabant kwam de melding bij Jos Marcelissen, die het dier ophaalde.

Toen het dier bij mij kwam zag ik meteen dat het hele bijzondere soort was, namelijk een tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus). Het was een vrouwtje. Dit is de eerste keer dat deze soort vleermuis is gevonden in Tilburg, en nog maar de vierde keer dat de vleermuis in Noord-Brabant is gezien. Eerdere vondsten waren in Breda, 's-Hertogenbosch en Rosmalen.

De in Tilburg gevonden tweekleurige vleermuis

De tweekleurige vleermuis is een soort waar we in Nederland nog maar weinig van weten. Het is een migrerende vleermuis, dat wil zeggen dat ze in de nazomer / najaar lange afstanden afleggen (tot meer dan 1000 km) van hun zomerleefgebied naar hun winterleefgebied. Ieder jaar zijn er in september / oktober opeens vondsten van deze soort verspreid over Nederland, vaak dieren die schijnbaar uitgeput zijn. Dat wijst op migrerende dieren.

Ook afgelopen week doken er op allerlei plaatsen in Nederland opeens dieren op, en dus ook in Tilburg.Er is in Nederland slechts één kraamkolonie bekend in Maarssen (bij Utrecht) en het lijkt erop dat er in het Noorden van Nederland een vaste populatie is.
Het dier dat in Tilbuurg gevonden is kan uit Noord Nederland komen, maar kan ook goed afkomstig zijn uit Scandinavie of de Baltische Staten. Of we hebben in Brabant ook een nog niet ontdekte vaste populatie...

De tweekleurige vleermuis is een bewoner van kieren en spleten in gebouwen, met een bijzondere voorkeur voor hoogbouw.

Een melding als deze laat zien wat de waarde is van vrijwilligers die bereikbaar zijn wanneer burgers in huis of tuin een vleermuis vinden. We geven voorlichting aan de soms bezorgde burgers en zorgen we dat de vleermuizen weer veilig vrij gelaten worden. Maar het zorgt er ook voor dat gestrande zeldzame vleermuizen worden geregistreerd. We hadden uit eerder onderzoek al een vermoeden dat deze prachtige vleermuizen in Tilburg voorkomen, maar nu weten we het zeker. Vleermuis gevonden? kijk op www.vleermuis.net bij "hulp" voor telefoonnummers van opvangcentra en vleermuisdeskundigen bij u in de buurt.

Erik Korsten, Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Bosvleermuis Johann PrescherDeel 1: de vondst
Pascale Attema, vooropvang Eindhoven: “ Op een dinsdagochtend in mei stuit een voorbijganger op een vleermuis. Een vleermuis die met gespreide vleugels midden op de Markt in Eindhoven ligt. De politie is zo vriendelijk deze af te geven bij het plaatselijke asiel. Hier vandaan brengt de dierenambulance hem naar de vooropvang. Aangekomen maakt de vleermuis een levendige indruk en ook verbaal laat hij flink van zich horen. Gezien de vindplek denk je: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) of Laatvlieger (Eptesicus serotinus), en gezien de grootte is het in ieder geval geen dwerg. Eerste indruk dus: Laatvlieger (een soort die veel voorkomt in Eindhoven centrum). Belangrijker dan de soort is nu echter de gezondheidstoestand van de vleermuis. Op het eerste gezicht zijn er geen verwondingen te zien, maar de vleermuis laat zich slecht onderzoeken want hij is erg actief. Even tot rust laten komen!

                                                                                                         

                                                                                                                               Bosvleermuis op boomstam (foto: Johann Prescher).

Dan volgt de eerste voersessie. De vleermuis is direct verzot op de inhoud van meelwormen, maar lijkt het aan de kracht te ontbreken om ook de hardere buitenkant op te eten. Ook het vliegen gaat niet meteen vlekkeloos. De vleermuis kan het wel, vliegt een paar lome rondjes om vervolgens snel aan de muur te gaan hangen. Dit levert wel meteen een mooie gelegenheid op de oh zo noodzakelijke foto’s te maken. Veel aandoeningen zie je immers niet met het blote oog, en de ontbrekende kaakkracht is sowieso aanleiding meer onderzoek te doen naar het gebit. De vleermuis blijkt opvallend fotogeniek en dat leidt tot duidelijke foto’s. Foto’s waarop een heleboel te zien is. Zo wordt zichtbaar dat er inderdaad ‘iets niet klopt’ aan het gebit. Er missen tanden. Ook zijn er twee knobbels op de onderarm te zien. Maar de foto’s onthullen meer: zo is het kopje ‘liever’ dan dat van een Laatvlieger en zie je duidelijk beharing langs de onderarmen – nog nooit gezien!
Omdat de vleermuis op dit moment hoe dan ook niet zelfstandig kan eten, oud zou kunnen zijn (missende tanden en knobbels) en om die reden misschien wel nooit meer het wild in kan, is in dit geval heel snel besloten hem naar de Vleermuisopvang in Oss te brengen. Hier blijkt dat deze vleermuis inderdaad geen Laatvlieger is. Wat dan? Een Rosse? Nee, ook niet, daarvoor is hij net te klein. Het blijkt uiteindelijk om een relatief zeldzame Bosvleermuis te gaan. En dat vanuit hartje Eindhoven...”

Deel 2: de opvang
Antoinette van Wilgen, Vleermuisopvang Oss: “Ik zag vrijwel meteen dat dit geen veel voorkomende vleermuis was. Dus doken we de vleermuisboeken in. Op basis van alle zichtbare details en veel eliminatie, moest het bijna wel een Bosvleermuis (Nyctalus leisleri) zijn. Uiteraard hebben we bevestiging gezocht bij een paar andere mensen door hen de foto’s van Pascale toe te sturen. Het is inderdaad een Bosvleermuis!
De vleermuis blijkt inderdaad problemen te hebben met de kaak/het gebit, waardoor het dier in eerste instantie niet goed kan eten, in ieder geval geen harde delen. Daarom heb ik haar in het begin gevoerd met fijngemalen meelwormen in nat kattenvoer. Hierna ging ik over tot uitgeknepen meelwormen, steeds vanaf een pincet. Zonder pincet voeren zou hoe dan ook onverstandig zijn: de vleermuis miste dan wel een aantal tanden, de bijtkracht kwam wel langzaam maar zeker terug, en je wilt niet gebeten worden. Ook vliegen gaat steeds beter. Inmiddels is bovendien duidelijk dat het een vrouwtje betreft.
Begin juni komt natuurfotograaf Paul van Hoof naar de opvang om foto’s te maken. Dit was een van de twee in Nederland levende vleermuizen die hij nog niet had kunnen fotograferen (nu alleen de Kleine Dwergvleermuis nog). Op zijn foto’s was te zien dat er in de hals/op de kaak een roze plek aanwezig was: het litteken van een oudere verwonding. Een blessure die meteen de slijtage van de tanden aan de andere kant kon verklaren en daarmee het feit dat de vleermuis steeds moeilijker kon eten. Wellicht was ze hierdoor uiteindelijk zo verzwakt dat ze gestrand is. De twee knobbels op de voorarm konden met dezelfde verwonding te maken hebben. Verder bleek dat de vleugel een gevoelig puntje had. Dit puntje ging steeds eerst omlaag om daarna pas met de rest van de vleugel omhoog te gaan. Een blessure die waarschijnlijk alleen wat tijd nodig heeft om volledig te genezen.
Het vliegen gaat inderdaad steeds beter en in de weken die volgen gaat de vleermuis eerst hele meelwormen vanaf het pincet en vervolgens helemaal zelfstandig eten. Inmiddels geeft ze ook duidelijk aan - door aan de tape waaraan de doeken hangen te knagen - dat ze genoeg heeft van haar kleine onderkomen en terug de natuur in wil. Tijd voor de vliegkooi.”

Deel 3: de vliegkooi
Carlo Wijnen, vliegkooibeheerder uit Zeeland N.B.: “Het is heel bijzonder om een Bosvleermuis in de vliegkooi te krijgen. Die tref ik niet zo vaak en kom je zeer waarschijnlijk maar eens in je leven tegen. Uniek! Maar goed, de vleermuis zit inmiddels een ruime week in de vliegkooi om haar vliegsterk te krijgen. Ze vliegt echter niet of nauwelijks en is erg chagrijnig; ze blijft maar kwetteren als je ook maar even in de buurt dreigt te komen. We denken dat ze te weinig ruimte heeft in de vliegkooi (2x3x2mtr.) en om die reden besluit ik om haar naar Peter Twisk te brengen zodat ze in zijn woonkamer aan haar vliegcapaciteiten kan werken. Zover komt het echter niet. Tot mijn grote verbazing bevalt ze op 6 juli rond 20.00 uur van een mooi kleintje! Reden om haar direct terug te brengen naar Antoinette!
We wisten niet eens dat ze zwanger was, en ook niet dat een vleermuis überhaupt zou gaan bevallen in een opvangsituatie. Achteraf verklaart dat natuurlijk wel het een en ander. Ik heb er een klein filmpje van kunnen maken, dat is te vinden op YouTube (https://youtu.be/CATjdMf2FAg). Als je goed kijkt zie je de nageboorte nog hangen. Deze hee] ze op de terugweg naar Antoine)e opgegeten. Op mijn YouTube kanaal staat ook een filmpje van het moment dat de vleermuis, eenmaal terug bij Vleermuisopvang Oss, terug in ‘n kooi wordt gezet (https://youtu.be/x7xE2RUC2nY).”

Deel 4: terug naar de opvang
Antoinette van Wilgen: “De dagen na terugkomst houdt de vleermuis het jong strak onder de vleugel en mag niemand in de buurt komen. Moeder eet goed en laat geregeld haar tanden zien. Ook haar schelle kreten als je in de buurt komt om eten en drinken neer te zetten, zijn een duidelijke waarschuwing: blijf uit de buurt van mijn baby! Maar ze went langzaam maar zeker weer aan haar oude-nieuwe onderkomen en vanaf half juli is het weer iets gemakkelijker om meelwormen en water te vervangen. Het jong op zijn beurt groeit razendsnel, laat zich af en toe even zien. Het beschermende gedrag van de moeder is en blij] fantastisch om te zien! Straks, als het jong een week of 4-6 is, zal ze hem meer en meer alleen laten en moet hij/zij langzaam aan leren op eigen benen te staan. En dan gaat er niet 1, maar gaan er 2 Bosvleermuizen naar de vliegkooi om te oefenen en daarna hopelijk terug de natuur in. We moeten nog wel flink aan de bak om een geschikt gebied voor hen te vinden. Een paar dingen zijn in ieder geval zeker dankzij deze ervaring: de band tussen een moeder en een gezond jong is enorm sterk èn een vleermuis kan (gezonde) jongen krijgen in gevangenschap – mits ze ruim voor de bevalling hee] kunnen wennen aan haar nieuwe omstandigheden. Vooruitlopend op de Landelijke Dag Vleermuisopvang, welke binnenkort dankzij toekenning van het Rie de Booisfonds georganiseerd gaat worden, kunnen we ook stellen dat vereende krachten licht werk maken!”

Het Turnhouts Vennengebied is een natuurgebied en natuurontwikkelingsgebied dat zich een vijftal kilometer ten noorden van het centrum van Turnhout bevindt en is gelegen in de gemeenten Turnhout en Merksplas.

Het gebied omvat een aantal vennen. Deze zijn omringd door vochtige heide, schraalgrasland en moerasbossen. In de nabijheid liggen ook een aantal percelen die voor landbouw in gebruik zijn. Het gebied wordt doorsneden door het Bels Lijntje, tegenwoordig een fietspad, en door de autoweg Breda-Turnhout. Het gebied is één van de belangrijkste heidegebieden van Vlaanderen en de vennen zijn zelfs op West-Europees vlak van belang. Het is een Natura 2000-gebied.

Typerend voor het gebied is het ondiep voorkomen van Kempische klei onder de Pleistocene zanden, met lokaal lemige fracties. Door deze kleigrond blijft regenwater lang staan zodat de vennen en moerasbossen zijn ontstaan. Het gebied ligt op de waterscheiding tussen Maas en Schelde. De Mark ontspringt hier.
In 1999 werd een natuurinrichtingsproject ingesteld dat 541 ha. omvat en waarvan de werkzaamheden in 2003 begonnen. Van augustus 2006 tot oktober 2011 werden de krachten gebundeld met een door Europa ge-cofinancieërd en via Natuurpunt gecoördineerd Life-project, en werden diverse deelfasen aangepakt.

Er staan verschillende percelen moerasbos (ca. 8 ha.) op de nominatie om gekapt te worden. In deze percelen staan nogal wat Amerikaanse eiken welke door de voedzame kleilagen in rap tempo groot geworden zijn en door verschillende spechtensoorten gebruikt worden als nestgelegenheid. Deze ‘oude’ nestholtes worden gebruikt door verschillende soorten vleermuizen. De behoorlijk natte bospercelen zijn een goed habitat voor vleermuizen; er zijn flink wat muggen die er lustig op los steken. De percelen zijn eigendom van Natuurpunt, een soort Natuurmonumenten, die er één groot heideveld van wil maken zoals dat heel vroeger ook was. Onze Belgische vrienden, vrijwilligers bij Natuurpunt’s Vleermuiswerkgroep, staan daar geheel anders in. Zij vinden dat er op een totaal gebied van 541 ha. niet alleen gekeken moet worden naar heide, maar ook naar de huidige bewoners. Deze voeden zich in het gehele gebied en resideren vooral in de moerasbossen. De op stapel staande kap van ca. 8 ha. bos lijkt dan ook niet te verantwoorden.
In deze moerasbossen bevinden zich Gewone Grootoorvleermuizen (Plecotus auritus)(rode lijst: bijna in gevaar), Franjestaarten (Myotis nattereri), Gewone Dwergvleermuizen (pipistrellus pipistrellus), Rosse vleermuizen (Nyctalus noctula)(rode lijst: kwetsbaar), Laatvliegers (Eptesicus serotinus)(rode lijst: kwetsbaar), Watervleermuizen (myotis daubentonii) en soms Baardvleermuizen (Myotis mystacinus) en zelfs Grijze Grootoorvleermuizen (Plecotus austriacus)(rode lijst: bedreigd). Genoeg om bescherming te geven lijkt mij zo. Mede aan ons om te bewijzen dat deze soorten daar voorkomen en mogelijk huizen.

Vrijdagavond 17 juni om 19.00 zijn we samengekomen in Turnhout om het Turnhoutse Vennengebied, ter hoogte van bezoekerscentrum Engelandhoeve, te inventariseren.
De groep bestaat uit: Frank van Gorp uit Turnhout (B) (lid vleermuiswerkgroep Noord Brabant), Luc Swerts uit Turnhout, Sven Verkem uit Edegem (B), Marc van de Sijpe uit Moorsele (B), Nelleke de Weerd uit Wageningen (NL), Hugo Loning uit Wageningen, Carlo Wijnen uit Zeeland (NL) (lid vleermuiswerkgroep NB).

Om 20.00 gaan we eten bij de Turk om de plannen door te nemen. Sven, de enige van 5 ZZP'ers uit geheel Vlaanderen die parttime kan leven van ecologisch advieswerk/vleermuiswerkzaamheden, is dan al in de bossen van Turnhout mistnetten aan het plaatsen. Dat Sven amper kan leven van zijn ecologisch adviesburo komt doordat in België de flora- en faunaregels minder strikt worden nageleefd dan in Nederland. De natuurbeschermingswet is summier omschreven waardoor er makkelijk ‘omheen’ gewerkt kan worden. Ook de naleving en controle hierop is mondjesmaat.

Wij gaan na onze smakelijke, übergezonde maaltijd snel omkleden en gaan met behulp van de warmtecamera van Marc uitvliegers zoeken in een van de andere percelen.
In dit perceel horen en zien we verschillende Rosse, Late en Gewone Dwergen vliegen. Helaas geen uitvliegers kunnen betrappen in dit natte bos bestaand uit veelal Amerikaanse eik met veel Grote Bonte Spechtenholen. Dit is eerder wel gelukt door de Belgische vleermuiswerkgroep.

Daarna snel naar het andere perceel om te helpen met Sven, Luc en Frank om de vleermuizen uit de netten te halen. Daar aangekomen hebben ze tot 23.45 uur twee Gewone Grootoren gevangen. Een zogend vrouwtje wordt door Sven voorzien van een zender zodat we deze in de komende dagen met telemetrie kunnen volgen om te zien waar ze zich ophoudt.

We pendelen op en neer tussen de 6 netten en vangen tot 01.30 uur niks meer. Daarna lijkt het ineens los te breken. In één uurtje vliegt er een roodborstje (huh?!), een Dwergvleermuis, een Franjestaart, een Gewone Grootoor en een Grijze Grootoor in de netten. De biometrische gegevens worden opgenomen. De Grijze Grootoor en Franjestaart (vermoedelijk zogende vrouwtjes) krijgen ook een zender. Daarna ruimen we de netten snel op om te gaan kijken of we nog zwermende vleermuizen kunnen spotten in het perceel. We lopen als een soort drijfploeg door het perceel om vlaksgewijs, met behulp van detectors, de zwermers te spotten. Bij een, al een jaar eerder gevonden, boom met Watervleren, horen en zien we ook weer zwermgedrag maar kunnen nu niet opmaken welke soort dit betreft. Verderop in het perceel horen we heel even erg veel zwermgeluid, maar dit ebt weg voordat we een geschikte boom hebben kunnen vinden. Het is inmiddels 05.00 uur. Moe maar voldaan keren we terug. Slapen!

 IMG 5925 IMG 5927

IMG 5949 IMG 5969

Om 13.00 wordt ondergetekende wakker om alvast deel 1 van het verslag te schrijven.
Na een stevig ontbijt zijn we om 15.00 begonnen met telemetrie. De Gewone Grootoor hebben we snel gevonden in het vanmorgen gesweepte perceel. Zij zit waarschijnlijk in een ingerotte spleet van een Amerikaanse eik. Hier gaan we vanavond kijken of we uitvliegers kunnen spotten.
De franjestaart is ook zo gevonden; een mooie grote zomereik met een spechtengat. Deze boom hebben we gisteren ook gevonden met zwermgedrag. Hopelijk treffen we hier vanavond veel uitvliegers. Op de terugweg naar het huis proberen we in de (wijde) omtrek de Grijze Grootoor te traceren. Er zijn niet zoveel grote monumentale panden in de nabije buurt waar deze zou kunnen huizen, dus helaas niet getroffen. De zenders zijn 21 dagen actief en dus proberen de residentiële belgen deze nog te vinden in de aankomende dagen/weken.

Na weer een gezellig etentje, nu bij de Thai, gaan we om 20.00 weer mistnetten opzetten.
Er is versterking; Hans Vermeiren uit Gent (B) en Alex Lefevre uit Vorselaar (B) komt om 22.00 waarna we in groepen opsplitsen om de mistnetten te bemannen alsook de uitvliegers te gaan tellen bij de bomen die we vanmorgen gespot hebben.
De bomen blijken goed bevolkt. Het is regenweer, zoals het eigenlijk de gehele dag al is geweest. De Amerikaanse eik met de gezenderde Gewone Grootoor blijkt nog 9 andere grootoren te bevatten. Deze zijn begonnen met uitvliegen om 22.20 uur. De Amerikaanse eik met vorig jaar 40 uitvliegende Watervleermuizen bevat nu 12 stuks, wederom Watervleermuizen. Deze zijn begonnen met uitvliegen om 22.30 uur en allen waren gevlogen om 23.00 uur. De inlandse eik met die ene gezenderde erbij, herbergt twintig stuks Franjestaarten in zijn stam. Deze zijn begonnen met uitvliegen rond 22.25 uur.
Bij het opzetten van de netten hebben we nog een inlandse eik gezien waar vermoedelijk ook vleermuizen zitten, deze hebben we niet geteld, maar er vlogen verschillende Watervleermuizen af en aan toen we er 's nachts weer langs kwamen.
De mannen bij de mistnetten hebben weer verschillende exemplaren mogen loshalen. Ditmaal was de vangst 3 Gewone Dwergvleermuizen en een Watervleermuis. De Watervleermuis hebben we gezenderd en zijn we gelijk, na het opruimen van de spullen, gaan volgen met de telemetrieapparatuur. De groep werd gesplitst zodat we tegelijk op zoek konden naar de Grijze Grootoor die we de gehele dag niet meer gehoord hadden.
De Watervleermuis was bijna in een rechte lijn naar het perceel gevlogen waar de 12 Watervleren zaten, maar niet in diezelfde boom. Het bleek weer een Amerikaanse eik welke al aangemerkt was om gerooid te worden, een kolonieboom die nog niet bekend was. De Gewone Grootoor heeft vermoedelijk de gehele tijd in het perceel gevlogen waar de kolonieboom staat. Toen we met de telemetrie erbij kwamen zat hij echter al weer in zijn boom. Mogelijk ook door de hevige regenval.

De gezenderde Franjestaart heeft gefoerageerd ver van de kolonieboom af, deze kwam voorbij gevlogen toen we de vleermuizen aan het afvangen waren. De Grijze Grootoor is niet meer getroffen en gaan we morgen in de middag in het historische gedeelte van Turnhout proberen te vinden.
Om 02.00 gaan we, behoorlijk nat geregend, naar huis terug. Daar wordt nog een Jupiler genuttigd waarna we tevreden op één oor gaan liggen.
De meeste zijn 's morgens weer op tijd wakker en worden er verschillende verhalen uitgewisseld. Na het ontbijt gaan we de Grijze Grootoor proberen te vinden in het centrum. Dit is wederom een deceptie. We hebben nu ruim voorbij het ‘normale’ foerageergebied gezocht.
De groep wordt weer in tweeën gesplitst. De nederlanders worden onder begeleiding van Frank rondgeleid op het vleermuiswinterverblijf La Bonne Espérance, een oude steen- en cementfabriek/ ruïnecomplex door Natuurpunt aangekocht en omgevormd tot een vleermuisparadijs.
De belgen gaan nog naarstig op zoek naar de Grijze Grootoor.

IMG 5977 IMG 6007

In de periode dat er kleilagen, vrij ondiep, onder de zandgrond werd gevonden is er een ringoven gemaakt op dit complex. De oven kon door een constant proces veel stenen afbakken. Deze zogenaamde Hoffmanoven is geheel uit baksteen gemaakt. Door de jaren heen zijn de voegen aan de binnenzijde er veelal uit waar, met name in de winter, veel verschillende vleermuizen wegkruipen.
De soorten die daar aangetroffen worden zijn o.a.; Baardvleermuizen, Franjestaarten, Grootoren, Watervleermuizen. De ringoven wordt door regelmatige renovatiewerkzaamheden in oude glorie hersteld. De klei werd ook gebruikt om cement te maken. Het tot ruïne geworden gebouw bevindt zich ook op dit complex. Door Frank en Luc worden de vele vervallen ruimtes omgebouwd tot winterverblijven. Ze hebben er al enorm veel uren ingestoken en zullen er nog vele uren aan werken om dit complex tot een vleermuiswalhalla te maken. Toen ze starten waren er enkele vleermuizen die hier overwinterden, nu inmiddels al meer dan 500 stuks. Het zal me niet verbazen dat ze in de loop der jaren hier meer dan 1500 vleermuizen kunnen laten huizen.

IMG 5981 IMG 6002 IMG 6035

 IMG 5985 IMG 5996 IMG 5999 IMG 6010 IMG 6000

Door de, in de productiejaren van de fabriek, aangevoerde mergel groeien hier veel bijzondere planten zoals o.a. Grote Kever Orchis en Tongvaren.
Na een gigantische kruip-door-sluip-door en een heuse klim op een van de hoge gebouwen om ook daar de speciale vegetatie te mogen bewonderen, staan we moe maar voldaan weer aan het begin van deze excursie.
Dan krijgt Frank het bevrijdende telefoontje; de Grijze Grootoor is teruggevonden. In de kerktoren van Weelde, hemelsbreed 7,3 km vanaf de vangplaats, is de pieptoon weer opgevangen.
Een vleermuis vliegt nooit rechtstreeks over velden en bebouwing naar haar foerageergebied, maar volgt de landschapselementen zoals o.a. boomlanen en heeft dus veel verder gevlogen dan de ‘normale’ 4km...
Daarmee is ook aangetoond dat het Turnhoutse Vennengebied een belangrijke regiofunctie heeft als vleermuisfoerageergebied. Zeker voor deze op de rode lijst als bedreigd aangemerkte soort!
Sowieso is wel duidelijk dat Natuurpunt haar ideeën zal moeten bijstellen over de op handen staande kap van de moerasbossen in het Turnhoutse vennengebied.

IMG 6046 IMG 6026 IMG 6027

IMG 6045 IMG 6017 IMG 6032 

We hebben een mooi weekend gehad en gaan met pijn in ons hart bij Poppel de grens over.

Carlo Wijnen
Vleermuiswerkgroep Noord Brabant

In het weekend van 30 juni tot 2 juli is er door 12 leden van onze vleermuiswerkgroep onderzoek gedaan naar verblijfplaatsen van de meervleermuizen, die foerageren op de Steenbergse Vliet.

Het voormaligesluiswachtershuis op het sluizencomplex BenedenSas diende als uitvalsbasis voor het onderzoek. Onder het genot van een bakje koffie/thee met zelf gebakken appeltaart door Wim hebben we kennis met elkaar gemaakt. Peter volgde met de aftrap over de algemene kennis van de meervleermuis, inclusief de geluiden. Rond 21.30 uur zijn we ingescheept in 3 elektrische sloepen, die ons in bruikleen waren gesteld door Jachthaven De Schapenput van de familie De Neve. Vanuit het dorpje De Heen zijn we over de Steenbergse Vliet richting Steenbergen gevaren. Iedere sloep had een eigen positie van waaruit gewacht zou worden tot de eerste meervleermuizen zouden passeren. 

Figuur 1: Steenbergse Vliet

sloep

positie

1

Kop Steenbergse Haven (het is bekend dat er meervleermuizen hier vandaan de stad in vliegen

2

Ter hoogte van enkele loodsen, die nu nog dienen als caravanstalling, maar ooit mogelijk plaats moeten maken voor woonhuizen

3

Splitsing Steenbergse Haven- Steenbergse Vliet (op deze locatie kunnen eventuele vliegroutes vanuit richting Roosendaal worden waargenomen)

Via de groepsapp hebben we onderling contact gehouden over de vleermuisactiviteiten.

Zoals verwacht werd de eerste meervleermuis waargenomen door sloep 1, die zich het dichtst bij de vermoedelijke verblijfplaats bevindt. Gevolgd door sloep 2 en later pas sloep 3.

Nadat de invliegroute vanuit de haven was vastgesteld is de bemanning van sloep 1 de wal opgegaan om het vervolg van de route te achterhalen. In de wijk ten zuiden van de Steenbergse haven (zie figuur 2) werden een aantal meervleermuizen gehoord. We nemen aan dat de verblijfplaats zich in deze wijk bevindt. Het uitgangspunt voor verder onderzoek.

Bij sloep 2 zijn veel foeragerende meervleermuizen waargenomen. Er zijn geen uitvliegers vanaf de loodsen waargenomen. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat er geen meervleermuizen in de loodsen zitten, zal er met meer mensen gepost moeten worden.

Vanuit sloep 3 werd geconstateerd dat er geen meervleermuizen vanuit de richting Roosendaal kwamen.

Naast de meervleermuizen zijn vanuit elke sloep de volgende soorten waargenomen: gewone dwerg, ruige dwerg, laatvlieger, rosse- en watervleermuis. 

Tegen 23.30 uur is het gaan regenen en zijn alle sloepen weer richting de jachthaven gevaren.

Bij thuiskomst hebben we de ervaringen met elkaar gedeeld en het vervolgplan besproken met een snelle blik op de eerste resultaten van de opgenomen geluiden van de batloggers. 

Ondanks de aanhoudende regen toch tussen 3.00 en 4.00 de eerste verkenning te voet door de wijk, waarvan we denken dat de verblijfplaats moet zijn. Daar treffen we enkele gewone en ruige dwergvleermuizen aan. 

Dit keer gaan we samen met de vleermuizen op stok, de meeste mensen willen slapen als de vleermuizen vliegen. Maar dat geldt niet voor de vleermuisliefhebbers. 

Enkele vroege vogels beginnen na een boterhammetje direct de data van de loggers te analysen. Rond half twee ‘s middags is iedereen weer boven Jan en gaan we ontbijten, dan wel lunchen.

De uitsmijters gaan er goed in. Daarna wordt het tijd om weer naar buiten te gaan. Ron vertelt de wetenswaardigheden over het sluizencomplex en de inzet van het Volkerak als waterberging. We wandelen door de Dintelse Gorzen naar de vogelkijkhut. Vanuit hier is het Volkerak goed te zien. Ook hier zijn waarnemingen van de meervleermuis bekend. 

Dan bekijken we een bunker uit de Tweede Wereldoorlog, waarvan we denken dat die op de nominatie moet komen voor vleermuizenwinterverblijf. Met Chiel en Erik wordt gekeken wat eraan moet gebeuren om het geschikt te maken als vleermuisverblijf. De volgende stap is naar de eigenaar, waterschap Brabantse Delta, en mogelijkheden voor subsidie verkennen. 

Inmiddels is het tijd voor het diner. Joke, die al heel het weekend de catering verzorgt, heeft heerlijke voor ons gekookt. Uitbuiken en Erik bestoken met alle vragen die we nog hebben en op naar de volgende ronde.

Op twee strategische plekken worden vaste loggers opgehangen en een apparaat waarmee we de vliegrichting kunnen bepalen. Hiermee proberen we aan te tonen dat de meervleermuizen echt uit de aangewezen wijk komen. We verdelen ons over de straten en Erik rijdt rond met de fiets. We worden achterdochtig gade geslagen door de bewoners, maar door elkaar aan te spreken en wat uitleg vanuit onze kant kunnen we ons vrij bewegen in de nachtelijke uren. De meldkamer van de politie is van te voren ingelicht over onze activiteit. Onze denkrichting over de verblijfplaats wordt wel concreter, maar we krijgen er nog geen vat op. De geluiden die de meervleermuizen produceren zijn boven land toch weer anders dan de boven water foeragerende en we ondervinden veel last van andere soorten die op het zelfde moment rondvliegen en het geluid overstemmen. 

Rest ons nog één kans, dus op tijd klaarstaan voor de invliegers en maar hopen dat ze zwermen.

Om kwart over drie zijn we ter plaatse. Laat ze maar komen, ze krijgen een hartelijk welkom we hebben een mannetje bij de haven staan. De overige personen staan verdeeld over de wijk te posten. Er worden geen zwermende vleermuizen aangetroffen en de vleermuizen die we horen krijgen we nauwelijks te zien. 

Vanuit de kop van de Steenbergse haven hebben we vliegbewegingen gezien en gehoord richting zuid en oost. (figuur 2). Tussen de smalle watergang Wilhelminastraat en de huizen aan de Burgermeester van Loonstraat zijn diepe tuinen. Vanaf hier zijn de daken, zeker in het donker, niet te zien. Aan de voorzijde van de huizen in de B. van Loonstraat zijn de daken wel zichtbaar. Daar zien we wel een aantal gewone dwergvleermuizen invliegen.

 

Figuur 2: Woonwijk ten zuiden van de Steenbergse haven

Via de lange rode lijn zijn de meeste meervleermuizen gepasseerd. Op de locatie van de 2 rode sterren zijn meervleermuizen gehoord. 

Al bij al een zeer gezellig en geslaagd weekend. Het onderzoek wordt vervolgd, de zomer is nog niet ten einde. 

De resultaten van het onderzoek worden verder uitgewerkt en in een rapportage opgenomen.

Deelnemers aan het vleermuisweekend 2017:  Bernadet Adriaenssens, Bert Verheul, Chiel Simons, Erik Korsten, Eva Henrard  , Francien Lambregts van de Clundert, Hermine Verheul, Joke Stoop - Kalis, Peter Twisk, Ron Lambregts, Wim de Vrij, Wim Stoop

De monitoringsprojecten MOB Schaijk en Heesch zijn opgezet in 2010 door de zoogdierenvereniging en zij hebben het project 5 jaar lang begeleid. De binnen dit project opgehangen vleermuiskasten zijn een compensatie voor de gebouwen die daar stonden toen MOB's nog actief waren. Het bleek namelijk bij de inspectie van de gebouwen dat er zich vleermuizen in bevonden. De kasten moesten daar een tijdig alternatief voor zijn, voordat de gebouwen gesloopt mochten worden. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) heeft toen de Zoogdierenvereniging opdracht gegeven om gedurende 5 jaar de kasten te volgen en over de resultaten te rapporteren. Na 5 jaar is een einde gekomen aan de overeenkomst. Het laatste rapport is afgelopen jaar gemaakt over het monitoringsjaar 2014.
 
De Telgroep MOB droeg bij aan de monitoring met tweewekelijkse controles, gericht op het vaststellen van vleermuizen in vleermuiskasten en achter de aan gebouwen aangebrachte boeiborden. Ook droeg de telgroep zorg voor de jaarlijkse telling van overwinterende vleermuizen in de voor vleermuizen ingerichte gebouwen en bluskelder.
 
De Telgroep MOB heeft de monitoring in 2015 voortgezet en heeft haar eerste jaarverslag uitgebracht. Door deze telgroep is elke 14 dagen een monitoringsronde gelopen en dat levert uiteraard een stroom aan gegevens op. Totaal zijn er in het gehele gebied 26 monitoringsronden uitgevoerd. Tijdens deze ronden zijn er, buiten de aantallen van de wintertelling, 167 vleermuizen waargenomen in Schaijk (157 gewone dwerg vleermuizen, 9 gewone grootoren en 1 vleermuis dat door slecht zicht niet op naam gebracht kon worden) en 426 in Heesch (409 gewone dwerg vleermuizen, 15 gewone grootoren en 2 vleermuizen waren niet op naam te brengen).