• header01.jpg
  • header05.jpg
  • header06.jpg
  • header07.jpg
  • header09.jpg
  • header04.jpg
  • header03.jpg

Welkom op de website van Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Op deze website willen wij u informeren over allerlei vleermuiszaken in Noord-Brabant.

 

Hieronder vindt u het laatste nieuws over onze werkgroep.

Gemeente Eindhoven wil iedereen die vleermuiskastenonderzoek doet uitnodigen op zaterdag 14 oktober a.s. voor een cursus vleermuiskasten-database.

 

In opdracht van de Zoogdiervereniging is deze cursus ontwikkeld door ons werkgroeplid Erik Korsten.

De gemeente Eindhoven heeft een financiële injectie gegeven aan de ontwikkeling van de website Vleermuiskasten.nl en krijgt daarom als deelnemende gemeente de cursus aangeboden.

 IMG_7280.jpg

De cursus bestaat uit twee onderdelen die tegelijk achter elkaar gegeven worden.

Deel 1: Monitoren van vleermuiskasten - inleiding - methodiek - determinatie. Hierin leren deelnemers hoe je een vleermuiskast kunt controleren zonder de vleermuizen te verstoren, hoe je de verschillende soorten betrouwbaar op naam kunt brengen en hoe je eenvoudig fotobewijs van waarnemingen kunt verzamelen. Ook komt aan bod wat vleermuiskasten precies zijn, welke typen er bestaan en waarvoor ze gebruikt worden.

Deel 2: Invoeren van waarnemingen in Vleermuiskasten.nl. Hierin leren deelnemers hoe ze hun waarnemingen het beste kunnen noteren en invoeren in de landelijk database Vleermuiskasten.nl

Bij de cursus komen twee veldkaarten beschikbaar:

a. Wat zit er in de kast: determineren van vleermuizen in vleermuiskasten (dit zijn werkzaamheden die overdag uitgevoerd kunnen worden)

b. Welke kast is dat: herkennen van verschillende typen en modellen vleermuiskasten.

 

Het programma is:

12.30 – 13.00 inloop (vrije inloop; geen aanmelding nodig)

13.00 – 14.30 lezing door Erik Korsten

14.30 – 17.00 excursie naar de heemtuin waarbij we live-vleermuiskasten gaan controleren.

 

Locatie: Genneper Hoeve, Tongelreeppad 1, 5644 RZ Eindhoven

 

Wanneer je niet kunt op 14 oktober bestaat misschien de mogelijkheid om deel te nemen aan dezelfde cursus in Tilburg. De data hiervoor zijn ons nog niet bekend

Tijdens de zomermaanden worden in Nederland heel wat jonge vleermuizen geboren. Vleermuizen doen dit in de regel in kraamgroepen. Soms raakt een jong de weg kwijt en komt dan bijvoorbeeld in huis terecht. Maar wat kun je doen om zo’n jong weer terug te brengen bij de moeder? Lees het verhaal van Wiegert Steen.

"Afgelopen week vonden mijn ouders een ieniemienie vleermuisje op de grond. In eerste instantie leek het diertje dood, omdat het niet bewoog. Door de grote oren was meteen duidelijk dat het ging om een jong van een grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Het diertje had nog geen vacht. Voorzichtig heeft mijn moeder het diertje met een handschoen opgepakt en in een bakje gezet. Uiteindelijk bleek er toch nog flink wat leven in te zitten. Het beestje begon te piepen en te bewegen. Maar nu? Hoe krijgen we het arme vleermuisje weer terug bij zijn moeder? Op advies van een lokale vleermuisdeskundige hebben we geprobeerd om het diertje in de avondschemer weer uit te zetten en begon een spannend avontuur voor zowel het jonge vleermuisje als ons!"


Het jong van de gewone grootoorvleermuis klemt zich vast aan de handschoen (foto: Wiegert Steen).

"Voor zover ik weet zitten er al minstens 7 jaar meerdere gewone grootoorvleermuizen op het terrein van mijn ouders in Rumpt. Op het 1,5 hectare grote terrein staat een grote, oude koeienschuur en een relatief nieuwe kapschuur. In 2010 zag ik voor het eerst een vleermuis zitten in de kapschuur en kon ik er een foto van maken. Op de foto stond een niet te missen grootoorvleermuis. Zoals zijn naam zelf al zegt, herken je de gewone grootoorvleermuis aan zijn zeer grote oren. Die zijn bijna even groot als het lichaam van de vleermuis. Dit verklaarde ook de vele mottenvleugeltjes die we in beide schuren vonden. De grootoorvleermuis eet kleine insecten in de vlucht, maar grotere prooidieren zoals huismoeders (Noctua pronuba), een nachtvlinder, eet hij op vaste eethangplaatsen. Hij eet dan alleen het lichaampje op en laat de mottenvleugeltjes op de grond vallen."


Mottenvleugeltjes die de grootoorvleermuis op de grond heeft laten vallen met opvallend veel vleugels van huismoeders (Noctua pronuba) (foto: Wiegert Steen).

"Toen het donker genoeg was, hebben we geprobeerd om het jong op de muur te zetten in de schuur. Exact op de plek waar we het diertje hadden gevonden. Dit bleek lastiger dan gedacht. Hij wilde de handschoen niet loslaten. Na wat gepriegel besloten we om de handschoen met duct tape aan de muur te plakken. Op deze manier hing het jong aan de handschoen op ongeveer 2 meter hoogte. Het duurde daarna niet lang voordat de eerste grootoorvleermuis zich in de schuur liet zien. Na een half uurtje vlogen er minimaal drie grootoorvleermuizen in de schuur. In eerste instantie leken ze weinig aandacht te schenken aan het jong, maar uiteindelijk begon het jong te roepen en werd het jong door de moeder, zou je verwachten, opgehaald."


De eerste foto in 2010 van een gewone grootoorvleermuis in de kapschuur (foto: Wiegert Steen).

We hadden eigenlijk weinig hoop dat het zou lukken, maar de methode blijkt dus wel te werken! Een jonge vleermuis heeft de beste overlevingskans wanneer het grootgebracht wordt door zijn eigen ouder en daarom moet u eigenlijk altijd het volgende doen als u een jonge vleermuis vindt:

  • Weet u waar de kolonie zich bevindt? Hang hem dan in de avondschemering (voordat de kolonie uitvliegt) aan de buitenmuur in de buurt van de vliegopening;
  • Weet u niet waar de kolonie zich bevindt? Plaats hem dan in de avondschemering (voordat de kolonie uitvliegt) op een zichtbare open plek (bijvoorbeeld een boomstronk). Als de moeder hem hoort tijdens het uitvliegen, zal ze hem komen halen;
  • Herenigen met ouders niet gelukt? Neem dan contact op met een deskundige of een opvangcentrum via Vleermuis.net;
  • Pak nooit een vleermuis met blote handen op, ze bijten uit zelfverdediging! Draag uit voorzorg handschoenen of gebruik een doekje om de vleermuis voorzichtig mee op te pakken.

Tekst: Wiegert Steen.

De afgelopen periode zijn jongen van de laatvlieger geboren. De meeste vleermuisjongen worden in juni geboren, zo ook die van de laatvlieger. Dit gebeurt in een kraamgroep, waarbij de jongen de eerste weken veel tijd dichtbij hun moeder doorbrengen. Jan Jeucken filmde de jonge laatvliegers met hun moeders.

Vanaf half mei kruipen de laatvliegervrouwtjes bij elkaar in 'kraamkolonies'. Ze zitten dan met enkele tientallen dieren bij elkaar. Mannetjes zitten alleen of in kleine groepjes elders. Verblijfplaatsen van de laatvlieger bevinden zich in spouwmuren, achter betimmering, onder daklijsten en soms op zolders. Op de plekken waar de vrouwtjes bijeen komen, worden meestal in juni de jongen geboren. Vleermuizen krijgen doorgaans maar één jong per jaar. Dat alle jongen dicht bij elkaar op één plek zitten, heeft het voordeel dat zij elkaar warm kunnen houden. Maar het maakt vleermuizen ook kwetsbaar voor verstoringen.

https://youtu.be/tEI7ROSx7xY
Moeder laatvlieger wast haar jong (Bron: Jan Jeucken).

De jongen worden zo’n vier weken lang zowel overdag als ’s nachts gezoogd. Het is voor de vrouwtjes ’s avonds hard werken. De moeders kunnen vliegen met hun jong zolang ze nog klein zijn. Alle jongen hebben sterke poten waarmee ze zich goed vast kunnen klemmen. Maar meestal laten ze de jongen achter in de kolonie. Nadat ze een half uur tot een uur op jacht gaan, zogen ze hun jong, waarna ze weer uitvliegen op insectenjacht. Wanneer een moeder vleermuis terugkomt in de kolonie met jongen, herkent ze haar eigen jong aan zijn speciale roep en geur.

https://youtu.be/PU_RE-QAyG0
Een groepje laatvliegerjongen met moeders kort na zonsondergang. De moeders vertrekken om te gaan jagen en laten de jongen daarbij achter (Bron: Jan Jeucken).

Dé vleermuis bestaat niet. Er komen in Nederland 18 soorten voor, waaronder de laatvlieger. De laatvlieger (Eptesicus serotinus) is een van de grootste vleermuizen van Nederland. Kenmerkend is zijn forse formaat. Hij weegt zo'n 15 tot 35 gram. De vleugels zijn relatief lang en breed met een spanwijdte van 32 tot 38 centimeter. Gezicht, oren en vlieghuid zijn zwartbruin. De oren zijn relatief klein, meer lang dan breed. De laatvlieger komt in Nederland vrij algemeen voor, hoewel deze sterk achteruit gaat en inmiddels op de Rode Lijst staat. Kraamkolonies van de laatvlieger komen voor zover bekend alleen in gebouwen voor.

De laatvliegers op het filmpje wonen op een kerkzolder in Limburg. Hier bevindt zich al jaren een grote kraamkolonie. De beelden zijn gemaakt met behulp van een vaste infraroodcamera, daardoor worden de vleermuizen niet verstoord. Vleermuisliefhebber Jan Jeucken volgt ‘zijn’ laatvliegers gedurende de zomermaanden en brengt vele uren kijkend achter het beeldscherm door om hun gedrag te bestuderen.

Tekst: Neeltje Huizenga (Zoogdiervereniging).

Deelnemers van de agrarische natuurverenigingen Den Hâneker, Geestgrond en Santvoorde waren enthousiast over de maatregelen én de vleermuizen. In totaal zijn er ruim 200 kasten opgehangen van vijf verschillende typen. Een expert van de Zoogdiervereniging heeft samen met de deelnemers bepaald waar welke vleermuiskasten op de bedrijven konden worden opgehangen. Gebruik werd gemaakt van een aantal standaard pakketten, afgestemd op type bedrijf en omgeving en daarmee de te verwachten vleermuissoorten. Enkele kasten werden al snel in gebruik genomen door vleermuizen. Daaruit blijkt wel dat de kasten een nuttige toevoeging kunnen zijn voor vleermuizen.


Opgehangen vleermuiskasten (foto: Gerie Abel).

Andere mogelijke maatregelen zijn het aanpassen van de verlichting op erf en stal (minder licht) of het aanplanten van bijvoorbeeld een houtsingel of zelfs maar een enkele boom, om een betere verbinding van het erf met de omgeving te maken.

Vleermuizen zijn echte insecteneters, sommige soorten eten tot wel 3.000 insecten per nacht. Ze eten insecten zoals kevers, muggen, nachtvlinders, veeknutten en (stal)vliegen. Vleermuizen vinden de insecten in de stallen, op het erf en boven boomgaarden, bomen(rijen) en gewassen. Zo vormen vleermuizen een nuttige hulp op het boerenbedrijf om schadelijke insecten te onderdrukken.


Bezette vleermuiskast (foto: Gerie Abel).

In totaal komen in Zuid-Holland circa 12 verschillende vleermuissoorten voor. Hiervan zijn er acht op de boerenbedrijven waargenomen. Dit zijn: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. De bedrijven zijn overwegend melkveebedrijven, soms vleesvee-, bollen- of gemende bedrijven, of een manege.


Batlogger in stal (foto: Gerie Abel).

Lees in de flyer (pdf) en het eindrapport (pdf) meer over het project en de resultaten.

Beluister hier het interview op BNR over Boer zoekt Vleermuis op 19 juni 2017. 

Ook in Noord-Brabant en Limburg hebben de Zoogdiervereniging en CLM de krachten gebundeld in Boer zoekt Vleermuis om zowel boeren als vleermuizen te ondersteunen.

Tekst: Marcel Schillemans (Zoogdiervereniging) en Adriaan Guldemond (CLM).

De laatvlieger, een prachtige, raadselachtige vleermuis kunnen (of konden?) we overal in Nederland tegenkomen. Hij heeft een zeer luidruchtige sonar, niet te missen dus, zou je zeggen. Toch kennen we van de laatvlieger (relatief) veel minder kraam- of zomerverblijven dan van de gewone dwergvleermuis. 

Laatvliegers zwermen verspreid over de nacht, waardoor het zoeken naar opvallend ochtendzwermen, zoals bij de gewone dwergvleermuis, hier nauwelijks werkt. We zien wel eens een overwinterende laatvlieger in een fort of een spleet in het ingangsgebied van een mergelgroeve. Maar, waar we van de gewone dwergvleermuis nu actief winterverblijven kunnen opsporen, tasten we bij de laatvlieger nog steeds in het donker over waar ze overwinteren. Baltsende laatvliegers? Hoe klinken die? Waar vind je die?


Laatvlieger (foto: Paul van Hoof).

Op de in 2009 vastgestelde Rode Lijst stond de laatvlieger al in de categorie kwetsbaar. Sindsdien zijn er geen indicaties voor verbetering. Het project NEM-Vleermuistransecttellingen draait pas sinds 2013 en laat nog geen betrouwbare trend zien. De bezorgdheid blijft dus bestaan.

De laatste jaren komt daar voor (onder andere) deze gebouwbewonende soort nog de kwetsbaarheid voor CO2-neutraal renoveren en bouwen bij. Juist de plekken waar laatvliegergroepen wonen gaan verloren bij na-isolatie of Nul-op-de-Meter-projecten. En als we daar niet bewust werk van maken, zal een goed geïsoleerde CO2-neutrale woning geen nieuwe kansen bieden.

Gelukkig levert dit proces ook kansen. Enkele voorbeelden: moderne nieuwbouw gebruikt vaak tussenspouwen, zodat de afzonderlijke woningen elkaar niet raken en bewoners minder van de buren horen. Als we die temperatuurstabiele ruimte toegankelijk maken, creëren we een vleermuiskans. In ‘all electric’ nieuwbouw wordt geen gas meer verstookt. Een herkenbaar beeld van Nederlandse woningen vraagt soms desondanks om het bouwen van huizen met ‘schoorstenen’. De dichte, holle bakstenen nep-schoorsteen steekt boven het dak uit en staat lekker in de zon. Door bijvoorbeeld aan de zuid/zuidwestkant enkele stootvoegen open te laten, kunnen we toch een kans voor bijvoorbeeld de laatvlieger creëren. Als bij CO2-neutrale renovatie schoorstenen overbodig worden, kunnen die een tweede leven als vleermuiskast tegemoet gaan. Een grote betonnen tegel op de schoorsteen voorkomt inregenen. Het openen van enkele stootvoegen kan dan een geweldige vleermuiskast opleveren.

            

Voorbeeld van een vleermuisvoorziening in een ‘niet functionele schoorsteen’ in het nieuwbouw project Rosmolen (WonenBreburg/Ad Vingerhouts) te Tilburg. Locatie en ontwerp zijn gekozen door Joost Cools (Ecologisch Advies) en Mischa Cillessen (gemeente Tilburg) (Foto's: Ad Vingerhoets WonenBreburg)

Laten we deze makkelijk te nemen kansen in het Jaar van de Laatvlieger massaal benutten! En nu het toch langzaam wat warmer wordt: bat detector op 27 kHz! Houd voor informatie over het jaar van de laatvlieger de website van de Zoogdiervereniging in de gaten…

Tekst: Herman Limpens, Zoogdiervereniging.

Op donderdag 13 april 2017 vond de eerste expertmeeting plaats van het project ‘Nature out of a Box’ in Tilburg. De Zoogdiervereniging, Vogelbescherming Nederland en gemeente Tilburg spraken met architecten, aannemers, projectontwikkelaars en een woningcorporatie over mogelijkheden voor vleermuizen en vogels in hun projecten. Dit leverde veel op, waaronder een belangrijke eye opener: schoorstenen als vleermuisverblijf!

Tijdens de expertmeeting werd bekeken op welke plek in het ontwerp een concrete vogel- of vleermuiskast kan worden ingebouwd en hoeveel kasten er worden ingebouwd. Dit deden we letterlijk met de tekeningen en kaarten op tafel. De vogel- en vleermuiskasten worden met financiering door de provincie Noord-Brabant vanuit het project Nature out of a Box geleverd. Bovendien werd er in de concrete ontwerpen gezocht naar kansen om, met detailaanpassingen in de bouwwijze zelf, een maatwerk aanbod voor vleermuizen (in de spouw, op zolders) en vogels (onder dakpannen met Vogelvide) voor elkaar te krijgen.

Schoorstenen bleken daar een prachtige voorziening voor vleermuizen op te kunnen leveren. De wens tot verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen resulteert in steeds meer ‘all electric’ nieuwbouw waar geen gas meer wordt verstookt. Als de sfeer van de wijk daarom vraagt, worden daar echter wel nog steeds ‘schoorstenen’ gebouwd, met ‘beeld’ als enige functie. Deze dichte, holle bakstenen constructie steekt boven het dak uit en staat lekker in de zon. Maar met hele kleine aanpassingen worden deze schoorstenen geweldige vleermuiskasten. Het enige wat nodig is, is om aan de zuid/zuidwestkant enkele stootvoegen open te laten!

Maar ook bij renovatiewerkzaamheden worden schoorstenen overbodig als er wordt overgegaan op ‘all electric’. Een grote betonnen tegel op de schoorsteen voorkomt dan problemen met vocht door inregenen. Wederom kan de simpele ingreep van het openen van enkele stootvoegen een geweldige vleermuiskast opleveren.

Wij hopen dat dit in Tilburg – en ver daarbuiten – volop gaat worden toegepast. Lees meer over het project in Tilburg op deze website

Vanaf half april zijn alle vleermuizen wel ontwaakt uit hun winterslaap. Waarschijnlijk zijn veel vleermuizen al wakker geworden toen het in maart zulk lekker voorjaarsweer was. De laatste dagen lijkt het echter wel weer bijna winter. Voor de vleermuizen is dat niet zo prettig, want met de lage temperaturen laat ook het insectenaanbod te wensen over.

Vleermuizen gaan in winterslaap omdat er in de winter geen insecten voor ze te eten zijn. Door hun lichaam op de spaarstand te zetten sparen ze energie en komen ze de winter meestal wel goed door. Als ze weer wakker worden, hebben ze natuurlijk berehonger. Het is dan voor ze te hopen dat het insectenaanbod snel groeit. Daarvoor moet het warm weer zijn. Vroeg in het voorjaar zie je dan ook wel dat vleermuizen overdag foerageren. De avonden koelen snel af en daarmee neemt ook het insectenaanbod snel af. Dan kiezen vleermuizen er soms toch maar voor om overdag hun honger te stillen. De voedselconcurrentie met vogels en het risico om zelf als voedsel voor roofvogels te dienen, nemen ze dan maar voor lief, want zonder eten wordt het leven er ook niet gemakkelijker op.


Overwinterende franjestaart (foto: Bernadette van Noort).

Als er echt te weinig te eten is (en dat is met de kou van dit moment wel te verwachten) is het voor vleermuizen niet zinvol om rond te blijven vliegen als dat meer energie kost dan ze bij kunnen eten. Dan gaan ze terug naar hun verblijfplaats en gaan soms dagenlang in lethargie. De lethargie is een lichte vorm van winterslaap. De vleermuis brengt zijn lichaamstemperatuur terug tot net boven de omgevingstemperatuur en is zo veel minder gevoelig voor alles wat er in de omgeving gebeurt.
Wat die omgeving dan is? Dat zal wisselen per soort. Sommige vleermuissoorten blijven langer in winterslaap dan andere. De soorten die het eerst wakker worden zijn in de warme maand maart waarschijnlijk al druk op zoek geweest naar een tussenverblijf (tussen het winterverblijf en het zomerverblijf in) en waarschijnlijk is dat ook wel geschikt om tijdelijk in lethargie te gaan. Andere soorten, die meestal lang in winterslaap blijven, zullen wellicht terug gaan naar hun winterverblijf om daar nog even verder te slapen.


Parende watervleermuizen (foto: Bernadette van Noort).

En hoe zit het dan met de jongen? Vleermuizen paren over ’t algemeen in het najaar. Dan slaat het vrouwtje het zaad op in een speciale klier, en pas als ze in goede toestand uit de winterslaap komt bevrucht ze zichzelf. Bij veel soorten zal die bevruchting al plaatsgevonden hebben in maart, bij andere soorten zal dat wellicht nog plaats moeten vinden. Maar ook als de bevruchting al plaats heeft gevonden zal de groei van het embryo als het ware mee in lethargie gaan. Het is dan ook bij vleermuizen niet mogelijk om een (min of meer) exacte duur van de zwangerschap te geven. Wanneer de jongen geboren worden zal dus vooral afhangen van de temperatuur die nog komen gaat. Voor de vleermuizen is het te hopen dat die snel wat hoger zal worden.

Tekst: Bernadette van Noort.

Het is 24 jaar geleden dat de mopsvleermuis voor het laatst werd vastgesteld in Nederland. De laatste melding was een overwinterend exemplaar nabij Sluis in 1993. De soort werd in de meest recente Nederlandse Rode Lijst dan ook als uitgestorven verklaard. Op 1 mei 2017 kon de mopsvleermuis met zekerheid worden vastgesteld in de bossen van Clinge en St- Jansteen in Zeeuws-Vlaanderen.

De mopsvleermuis is een middelgrote vleermuis met een korte stompe snuit. Met hun typisch tweeledig echolocatiegeluid hebben ze zich gespecialiseerd in het vangen van kleine nachtvlinders, maar ze eten o.a. ook wel muggen en vliegen. Het is een koude tolerante soort waardoor je ze ook vaak in de ‘relatief’ warmere momenten van de winterperiode foeragerend kan aantreffen. In de periode 1981 tot 1993 werden nog overwinterende mopsvleermuizen gevonden in een ruïne in Sluis (Zeeuw-Vlaanderen), op minder dan een kilometer van West-Vlaanderen waar er tot de winter 2000-2001 nog werden vastgesteld. Met de sloop van de ruïne is de overwinterlocatie verdwenen.


Mopsvleermuis (foto: René Janssen).

Wat vooraf ging in Vlaanderen in 2014 tot 2016

Het goede nieuws begon in augustus 2014 met één toevallige geluidsopname van de mopsvleermuis in het Waasland (Oost-Vlaanderen). Joris Everaert deed hiermee één van de meest opvallende ontdekkingen in jaren. Eerder dat jaar werd de mopsvleermuis nog officieel als uitgestorven verklaard in Vlaanderen. De regionale natuurvereniging vzw Durme startte in 2015 in samenwerking met de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt een soortenbeschermingsproject. Het resultaat was een droom die uitkwam, want in 2015 en 2016 konden in het Waasland kraamkolonies gevonden worden in vier verschillende gebieden. De soort blijkt aanwezig te zijn in nagenoeg elk groot boscomplex van het Waasland, dus wellicht gaat het om een populatie die daar al lang aanwezig is. Het bewijs van voortplanting in de kraamkolonies was trouwens een primeur voor België. Drie kolonies bevonden zich achter de losse schors van dode populieren en een andere kolonie zat achter een vensterluik van een huis. Eén van de boomkolonies bevond zich in het Wullebos te Moerbeke en Stekene, ongeveer twee kilometer van de Nederlandse grens. Bij het onderzoek werkten ook al enkele Nederlandse vleermuisexperts mee, en de hoop op de vaststelling van mopsvleermuis in Nederland werd alsmaar groter. Sinds 2015 ging men in Nederland – aanvankelijk zonder succes – zoeken in onder meer de Clingse bossen (Clinge & St-Jansteen) net ten noorden van het Stropersbos in Stekene (Oost-Vlaanderen). Eind april 2017 werd de soort ook in het Stropersbos waargenomen, en wat nu blijkt ook al vroeger. Een late analyse van geluidsopnames met een automatisch werkende bat-detector, bracht begin mei 2017 namelijk aan het licht dat de mopsvleermuis al in augustus 2015 in het Stropersbos werd vastgesteld.


Locatie van de geluidsopname van de mopsvleermuis (foto: Alex Wieland).

De nieuwe vaststelling in Nederland

Na de waarnemingen in het Stropersbos in Vlaanderen, wandelde Joris Everaert op 1 mei 2017 rond in de Nederlandse Clingse bossen, in de hoop de soort eindelijk weer op de Nederlandse lijst te kunnen zetten. En met succes! Het was natuurlijk wel te verwachten na de waarnemingen net over de grens. En misschien is de soort er zelfs al eerder vastgesteld. Alex Wieland heeft namelijk uit 2015 en 2016 nog een hoop opnames van 35 boslocaties in de grensstreek van een automatische bat-detector die nog moeten geanalyseerd worden.  De Clingse bossen zijn in eigendom van waterwinbedrijf Evides en in beheer van stichting Het Zeeuwse-Landschap. Door de waterwinkanalen zijn er veel bosranden aanwezig. Het beheer is gericht op ontwikkelen van zoveel mogelijk biodiversiteit. Dood staand hout mag blijven staan als de veiligheid dit toelaat. De aanwezigheid van de mopsvleermuis is dus een kroon op het werk van Het Zeeuwse Landschap.


Sonogram opname mopsvleermuis (opname: Joris Everaert).

Nog veel vragen

Omdat er relatief weinig mensen bezig zijn met grondig vleermuisonderzoek, kunnen er echt nog ontdekkingen worden gedaan. Iedereen hoopt nu dat er ook effectief een mopsvleermuis kolonie kan worden gevonden in Nederland.
Ook de Zoogdiervereniging is natuurlijk geweldig blij met dit hernieuwd waarnemen van deze bijzondere soort, de mopsvleermuis. Met nieuwe generaties bat detectors is de kans de soort waar te nemen gelukkig behoorlijk toegenomen. We kunnen nu gericht gaan zoeken. 

Belangrijke vragen zijn: 
- of de soort er weer is, of niet is weggeweest, 
- of het alleen foeragerende dieren zijn, of dat we ook (kraam)groepen onderdak bieden, en
- of het voorkomen, langs de grens van Vlaanderen, alleen in Zeeuws-Vlaanderen of ook in Noord-Brabant en Limburg te verwachten is. 

De mopsvleermuis is een soort van bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn, waarvoor in Nederland geen Natura2000 gebieden zijn aangewezen. We roepen de Nederlandsch/Belgische grens-provincies op de beleidsverantwoordelijkheid te nemen en de soort interregionaal op de kaart te zetten.  

Tekst: Joris Everaert (Vzw Durme, Zoogdierenwerkgroep Waas, Durme & Schelde en Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt) en Alex Wieland (Het Zeeuwse Landschap).