• header05.jpg
  • header03.jpg
  • header07.jpg
  • header06.jpg
  • header04.jpg
  • header01.jpg
  • header09.jpg

Welkom op de website van Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Op deze website willen wij u informeren over allerlei vleermuiszaken in Noord-Brabant.

 

Hieronder vindt u het laatste nieuws over onze werkgroep.

Vleermuizen zijn echte liefhebbers van de zon. Niet om zelf lekker in te zonnen, maar door de warmte die ze geeft. Vorige week zagen we dat met de warme start van het voorjaar, de omgeving lekker opwarmde en er dus volop insecten rond gingen vliegen. Een perfecte tijd voor vleermuizen om aan te sterken na hun maandenlange winterrust.

Genietend van een lekkere zonnige dag, zullen de meeste mensen niet gelijk aan vleermuizen denken. Deze nachtactieve dieren zijn juist ontzettend lichtschuw: licht vormt immers een risico voor predatie door uilen en zelfs katten. Toch zijn vleermuizen echte liefhebbers van de zon vanwege alle warmte die ze geeft. Overdag warmen onze muren en daken lekker op; ’s avonds geven ze deze warmte gedoseerd weer af. De warmte zorgt enerzijds voor minder energieverlies voor de vleermuizen en anderzijds voor veel voedsel in de lucht. In tegenstelling tot vleermuizen in de tropen, zijn de Europese vleermuizen voor 100 procent insecteneters. De 18 in Nederland voorkomende vleermuissoorten hebben allemaal een iets andere leefwijze, een zogenaamde niche, om zo min mogelijk met elkaar te concurreren. Dit heeft ook invloed op hoe ze jagen en dus de locatie en wijze waarop ze vliegen.

Gewone dwergvleermuis
Zo is een aantal soorten, waaronder de zeer algemeen voorkomende gewone dwergvleermuis, gespecialiseerd op muggen en andere kleine vliegende insecten. Gewone dwergvleermuizen jagen relatief snel en wendbaar in een grillige vlucht met veel bochten en lussen, en vliegen daarbij op enige afstand (één tot acht meter) langs de vegetatie. Ze vliegen op een hoogte van gemiddeld twee tot vijf meter, maar soms op wel 15 meter. Ze jagen het liefst in de beschutting van bomen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, tussen boomkruinen, boven open plekken in het bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), bij straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied.

Rosse vleermuis
Een andere soort, de rosse vleermuis, jaagt meer op grote kevers en nachtvlinders, maar ook wel op kleine, in zwermen vliegende dansmuggen. De vlucht van de rosse vleermuis doet enigszins denken aan die van de gierzwaluw: hoog en snel. Deze grote vleermuis met een spanwijdte van 32 tot 40 centimeter heeft dan ook lange en smalle vleugels. De afstand tussen dagrustplaats en jachtgebied wordt in de regel in een snelle rechte vlucht afgelegd, op een hoogte van honderd meter of meer. Jachtplaatsen liggen meestal in open terrein, waar ze met snelle duiken op insecten jagen. De rosse vleermuis jaagt vooral boven water en moerassige gebieden, maar ook wel bij straatverlichting.


Dwergvleermuis in vlucht (foto: Hugo Willocx)

Zelf vleermuizen zien?
Wil je zelf eens vleermuizen zien? Ga dan na een warme dag rond zonsondergang eens lekker buiten zitten of rond wandelen. Dit kan in je eigen tuin, straat, wijk, park of nabij water. Eigenlijk kan het overal zolang het maar een groen plekje is waar het lekker warm wordt, bijvoorbeeld door luwte van bomen en gebouwen.

Om te weten met welke soort je te maken hebt, als je 's zomers in de avond naar de hemel kijkt en er zo'n fladderaar voorbij vliegt, hebben wij een zoekkaart gemaakt.

Ben je helemaal verknocht geraakt aan vleermuizen? Je bent niet de enige! Verspreid door het land zijn er verschillende vleermuiswerkgroepen die lokaal, regionaal, provinciaal of zelfs landelijk opereren. Kijk voor meer informatie over deze werkgroepen op de website van de Zoogdiervereniging.

Voor meer informatie over de vleermuissoorten kun je goed terecht op de website van de Zoogdiervereniging werkgroep VLEN.

Auteur: Glenn Lelieveld, Zoogdiervereniging

Drie leden van onze werkgroep; Marius Janssen, Martien Bongers en Sjef Demaret, hebben onlangs in de staatsbossen van St. Anthonis de Visdel kelder gebouwd. Hieronder een overzicht van hun werkzaamheden.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.43.png

Staatsbossen Sint Anthonis, Locatie Visdel: RD X 186104 Y 404830
Oriëntatie ingangen kelder: zuid.

Financiering en realisatie. De bouw van de kelder is mede mogelijk gemaakt door, de Postcode loterij. Staatsbosbeheer, Brabants landschap, de gemeente Sint Anthonis, een technische buurman, een meedenkende graafmachine machinist en wat leden van de werkgroep vleermuizen van IVN 'de Maasvallei' Boxmeer/Sint Anthonis.

Gebruikte materialen. Bij de bouw van deze kelder is zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van oude materialen, zoals gebruikte staltroosters, oude vloerdelen van beton, oude stenen en metaalprofielen uit de sloop.

De opzet en bouw van de kelder. De kelder is primair bedoeld voor vleermuizen daarom moet de kelder in de winter vorstvrij blijven. Om die reden ligt de kelder circa 70 cm in de grond. De kelder is op het dak en rondom tegen de wanden afgedekt met circa 50 tot 150 cm grond. Door een opening op vloerhoogte in een kelderwand is de kelder ook bruikbaar als overwinteringplek voor reptielen en amfibieën. Er is veel aandacht besteed aan het muizenvrij maken van de vleermuis verblijfplaatsen in de kelder. Vanaf de grond kunnen de muizen niet tegen de keldermuren omhoog klimmen om bij de vleermuizen te komen, predatie!

De bouwput. De bodem van de uitgegraven bouwput ligt cica 70 cm onder het maaiveld. In de bouwput. Langs de wanden is nog een U vormige sleuf gegraven van weer 70 cm diep en 60 cm breed. In deze gleuf zijn de stalroosters van 250 cm lang rechtop gezet. De overige 180 cm steekt boven de vloer uit en vormen de wanden van de kelder.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.03.48.png

De dakconstructie. Over de kopsekanten van de recht opstaande stalroosters is, aan de binnenkant van de kelder, een raamwerk van 6 cm L-profiel aangebracht. Dit profiel ligt waterpas en is vast gelast aan de H balk. Deze H balk van 9x18x480cm ligt in het midden van de kelder, van voor tot achter, en fungeert als extra steun voor het dak. Over de kopsekanten van de stalroosters is specie aan gebracht, gelijk met het raamwerk. Aan de voorkant van de kelder rust de H balk op weer een U profiel van 16x7x7 cm. Beide profielen, H en U, rusten op 2 rechtopstaande stalroosters links en rechts aan de voorkant van de kelder. De kelder is afgedekt met stalroosters, deze zijn weer afgedekt met betonplaten. De betonplaten van ca 12 cm dik houden de kelder inwendig enigszins droog.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.04.png

De 3 ingangen van de kelder. De kelder bezit 3 verschillende ingangen, voor vleermuizen, voor reptielen en amfibieën en voor mensen. Rechts boven het luik is de vliegopening voor vleermuizen aangebracht. Aan de voorzijde van de kelder is de kelderruimte afgesloten d.m.v. een aantal horizontaal opgestapelde stalroosters en een gemetseld muurtje. Tussen de opgestapelde stalroosters is, op keldervloer hoogte, een spleet gemaakt, de reptielen en amfibieën ingang. In de wand van horizontaal gestapelde stalroosters en het muurtje is een gat uitgespaard waar een watervast multiplex toegangsluik van 80x80x5 cm is geplaatst, de toegang voor mensen. Dit luik scharniert in 2 gehengen en is afgesloten met een hangslot.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.14.png

Het voorportaal. De kelder is voorzien van een voorportaaltje afgesloten door 2 metalen stalroosters Dit voorportaal maakt de kelder minder vandalisme gevoelig. De ruimte tussen het vlieggat en het hekwerk is ongeveer 80 cm. Het dak van dit voorportaal rust links en rechts op steeds 3 stalroosters en in het midden op 2 L profielen van 6x3 cm en een metalen buis van 6 cm diameter. Dit dak is afgedekt met circa 20 cm grond. 1 stalrooster is links gefixeerd aan de muur en vastgelast aan de paal in het midden van de ingang. Het tweede rooster scharniert in 2 gehengen en is aan de rechterkant met een hangslot afgesloten.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.26.png

De anti muis bekleding. De kelder is inwendig vanaf de keldervloer tot ongeveer 60 hoog rondom bekleed met plastic platen tegen muizen. In de kelder rondom het vlieggat is ook plastic aan gebracht. Alle kieren tussen het plastic en de kelderwanden zijn met specie dicht gesmeerd. Alle spleten in de dakconstructie zijn ook dicht gemaakt met specie.

Wegkruip mogelijkheden voor vleermuizen. Inwendig is de kelder aan de achterkant voorzien van 30 Patioprofielen gemaakt van specie en kleikorrels. Tussen de rechtopstaande stalroosters en in de dakconstructie zitten tal van spleten die goed bruikbaar zijn als wegkruip plaatsen voor vleermuizen

Wegkruip mogelijkheden voor reptielen en amfibieën. Door de toegangsspleet in de muur is de kelder goed bereikbaar voor reptielen en amfibieën zoals heikikker en rugstreeppad. Oud boomstronk materiaal in de hoeken van de kelder dient als schuilplaats voor deze dieren.

Bouwtijd Kelder. Start bouw : woensdag 22 november 2017. Einde bouw : woensdag 14 maart 2018.

Inwendige afmetingen kelder. Lang 470 cm Breed 180 cm Hoog 180 cm Inhoud ca 16 m3

Klimaat van de kelder. De invliegopening van circa 15x 8 cm laat licht en wind in de kelder toe. Omdat enigszins te beperken is in de kelder voor de invliegopening op 80 cm afstand van de invliegopening, van plafond tot vloer, een stuk linoleum aangebracht. Dit linoleum is circa 90 cm breed. Tijdens de winter van 2018-2019 wordt de kelder met een logger gemonitord op temperatuur en luchtvochtigheid. Ook buiten wordt een logger geplaatst.

Bescherming. De kelder is opgenomen in het Noord Brabants bestand van vleermuisoverwinteringsverblijven en wintertel objecten. Na sluiting van de kelder valt deze onder de Flora & Fauna wet artikel 9- 11 bijlage 4. Voor het betreden van de kelder is dan ook een ontheffing nodig.

Wintertellingen. De vleermuizen in de kelder worden met ingang van het jaar 2019 elke winter in de periode januari-februari geteld. De telresultaten worden, naast de gebruikelijke rapportage aan de Zoogdiervereniging ook gerapporteerd aan Staatsbosbeheer in Sint Anthonis.

De sleutels van de kelder. De sleutels van de kelder worden beheerd door Staatsbosbeheer, ook eigenaar van deze kelder. Bosweg 42, 5845 EB Sint Anthonis en door de vleermuiswerkgroep van IVN 'De Maasvallei' Boxmeer/Sint Anthonis. De 2 sloten worden geopend door dezelfde sleutel.

Naamgeving Visdel. Deze naam bestaat uit 2 delen, Vis en Del. Vis komt van oorsprong uit het Arabische en betekend 'Trouw'. Del vindt zijn oorsprong in het Hebreeuws en betekent 'Beschermer'. Visdel betekent dan ook 'Trouwe beschermer'. Precies dat moet deze kelder in de winter gaan doen, de vleermuizen, reptielen en amfibieën trouw beschermen.

Op 17 mei aanstaande wordt de kelder door de burgemeester van Sint Anthonis officieel afgesloten.

Maart 2018: Sjef Demaret.

Donderdagmiddag 22 maart 2018 is het achtste symposium Vleermuizen in de stad in Tilburg. Het symposium “Vleermuizen in de Stad” wordt dit jaar georganiseerd door Gemeente Tilburg en de Zoogdiervereniging. Dit jaar staat het symposium in teken van de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen door vrijwilligers in de stad.

Locatie: Klasse Theater, Carré 16 in Tilburg.

Bekijk het programma (pdf)

U kunt zich hier aanmelden voor deze bijeenkomst. Let op: Aanmelden kan tot uiterlijk maandag 19 maart 2018, 8.00 uur. 

Het Natura 2000 gebied Nieuwkoopse plassen en de Haeck is een belangrijk leefgebied voor diverse soorten die gebonden zijn aan laagveen, zoals de meervleermuis. De Zoogdiervereniging monitorde samen met vrijwilligers, in opdracht van Provincie Zuid-Holland, het gebied op zijn functie als foerageergebied voor meervleermuizen. Naast meervleermuizen werden er ook veel andere soorten waargenomen.

 

Nachtelijke vaartochten

Vrijwilligers hebben het gebied twee keer ´s nachts doorkruist met twee fluisterboten van Natuurmonumenten. Daarnaast is een vrijwilliger met een auto een route om de plas heen gereden. Naast de traditionele wijze van waarnemen door ervaren veldecologen met getunede vleermuisdetectors, gingen er ook automatische vleermuisrecorders mee.


Vleermuisonderzoeker Anton van Meurs aandachtig op zoek naar meervleermuizen (foto: Marcel Schillemans).

Het rijden rond de plas leverde maar drie waarnemingen van doelsoort de meervleermuis op, in maar twee van de 28 bemonsterde kilometerhokken.  Het varen leverde 20 en 25 manuele waarnemingen op in 11 van de 13 kilometerhokken. De automatische recorders gaven op exact dezelfde plekken de aanwezigheid van meervleermuizen weer, maar per plek werden meerdere opnamen gemaakt. Per avond werden de meervleermuizen maar liefst 330 en 470 keer automatisch geregistreerd. Meervleermuizen in groepen jaagden vooral bij twee bredere vaarten met een brede rietkraag en boomopslag. 


Naast meervleermuizen werden er veel andere soorten vleermuizen in het onderzoeksgebied aangetroffen, waaronder de ruige dwergvleermuis (foto: Wesley Overman).

Luwte van de wind

De windrichting had een sterke invloed op de plek waar meervleermuizen gingen jagen. In onderstaande figuren is goed te zien dat de meervleermuizen in de luwte van de oever jagen aan de kant waar de wind vandaan komt. Het is daarom verstandig hier rekening mee te houden bij het onderhoud van het gebied, zoals bij het beheer van het moerasbos.

   
Meervleermuizen jagen doorgaans boven grotere wateren. Dit doen ze het liefst in de luwte, zoals duidelijk naar voren komt als ook windrichting en –sterkte worden bekeken (bron: Zoogdiervereniging / NDFF). Klik op de kaartjes voor grotere weergave.

Niet alleen meervleermuizen, maar ook meer vleermuizen

Naast meervleermuizen werden ook veel jagende laatvliegers, rosse vleermuizen gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Waarnemers registreerden ook enkele watervleermuizen en tweekleurige vleermuizen. De automatische recorders legden deze op dezelfde locaties vast. De automatische recorders namen in verhouding meer rosse vleermuizen en ruige dwergvleermuizen waar dan de waarnemers.


Het relatieve aandeel waarnemingen van de soorten: een vergelijking tussen automatisch en manueel vastgelegde waarnemingen (bron: Zoogdiervereniging / NDFF).

Tekst: Eric Jansen en Glenn Lelieveld, Zoogdiervereniging.

In het weekend van 30 juni tot 2 juli is er door 12 leden van onze vleermuiswerkgroep onderzoek gedaan naar verblijfplaatsen van de meervleermuizen, die foerageren op de Steenbergse Vliet.

Het voormaligesluiswachtershuis op het sluizencomplex BenedenSas diende als uitvalsbasis voor het onderzoek. Onder het genot van een bakje koffie/thee met zelf gebakken appeltaart door Wim hebben we kennis met elkaar gemaakt. Peter volgde met de aftrap over de algemene kennis van de meervleermuis, inclusief de geluiden. Rond 21.30 uur zijn we ingescheept in 3 elektrische sloepen, die ons in bruikleen waren gesteld door Jachthaven De Schapenput van de familie De Neve. Vanuit het dorpje De Heen zijn we over de Steenbergse Vliet richting Steenbergen gevaren. Iedere sloep had een eigen positie van waaruit gewacht zou worden tot de eerste meervleermuizen zouden passeren. 

 Schermafbeelding 2018 01 11 om 15.41.37

Figuur 1: Steenbergse Vliet

 

sloep

positie

1

Kop Steenbergse Haven (het is bekend dat er meervleermuizen hier vandaan de stad in vliegen

2

Ter hoogte van enkele loodsen, die nu nog dienen als caravanstalling, maar ooit mogelijk plaats moeten maken voor woonhuizen

3

Splitsing Steenbergse Haven- Steenbergse Vliet (op deze locatie kunnen eventuele vliegroutes vanuit richting Roosendaal worden waargenomen)

Via de groepsapp hebben we onderling contact gehouden over de vleermuisactiviteiten.

Zoals verwacht werd de eerste meervleermuis waargenomen door sloep 1, die zich het dichtst bij de vermoedelijke verblijfplaats bevindt. Gevolgd door sloep 2 en later pas sloep 3.

Nadat de invliegroute vanuit de haven was vastgesteld is de bemanning van sloep 1 de wal opgegaan om het vervolg van de route te achterhalen. In de wijk ten zuiden van de Steenbergse haven (zie figuur 2) werden een aantal meervleermuizen gehoord. We nemen aan dat de verblijfplaats zich in deze wijk bevindt. Het uitgangspunt voor verder onderzoek.

Bij sloep 2 zijn veel foeragerende meervleermuizen waargenomen. Er zijn geen uitvliegers vanaf de loodsen waargenomen. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat er geen meervleermuizen in de loodsen zitten, zal er met meer mensen gepost moeten worden.

Vanuit sloep 3 werd geconstateerd dat er geen meervleermuizen vanuit de richting Roosendaal kwamen.

Naast de meervleermuizen zijn vanuit elke sloep de volgende soorten waargenomen: gewone dwerg, ruige dwerg, laatvlieger, rosse- en watervleermuis. 

Tegen 23.30 uur is het gaan regenen en zijn alle sloepen weer richting de jachthaven gevaren.

 

20170630 VlMWG NBr Steenbergen 0003 kl

20170630 VlMWG NBr Steenbergen 0024 kl

Bij thuiskomst hebben we de ervaringen met elkaar gedeeld en het vervolgplan besproken met een snelle blik op de eerste resultaten van de opgenomen geluiden van de batloggers. 

Ondanks de aanhoudende regen toch tussen 3.00 en 4.00 de eerste verkenning te voet door de wijk, waarvan we denken dat de verblijfplaats moet zijn. Daar treffen we enkele gewone en ruige dwergvleermuizen aan. 

Dit keer gaan we samen met de vleermuizen op stok, de meeste mensen willen slapen als de vleermuizen vliegen. Maar dat geldt niet voor de vleermuisliefhebbers. 

Enkele vroege vogels beginnen na een boterhammetje direct de data van de loggers te analysen. Rond half twee ‘s middags is iedereen weer boven Jan en gaan we ontbijten, dan wel lunchen.

De uitsmijters gaan er goed in. Daarna wordt het tijd om weer naar buiten te gaan. Ron vertelt de wetenswaardigheden over het sluizencomplex en de inzet van het Volkerak als waterberging. We wandelen door de Dintelse Gorzen naar de vogelkijkhut. Vanuit hier is het Volkerak goed te zien. Ook hier zijn waarnemingen van de meervleermuis bekend. 

Dan bekijken we een bunker uit de Tweede Wereldoorlog, waarvan we denken dat die op de nominatie moet komen voor vleermuizenwinterverblijf. Met Chiel en Erik wordt gekeken wat eraan moet gebeuren om het geschikt te maken als vleermuisverblijf. De volgende stap is naar de eigenaar, waterschap Brabantse Delta, en mogelijkheden voor subsidie verkennen. 

Inmiddels is het tijd voor het diner. Joke, die al heel het weekend de catering verzorgt, heeft heerlijke voor ons gekookt. Uitbuiken en Erik bestoken met alle vragen die we nog hebben en op naar de volgende ronde.

Op twee strategische plekken worden vaste loggers opgehangen en een apparaat waarmee we de vliegrichting kunnen bepalen. Hiermee proberen we aan te tonen dat de meervleermuizen echt uit de aangewezen wijk komen. We verdelen ons over de straten en Erik rijdt rond met de fiets. We worden achterdochtig gade geslagen door de bewoners, maar door elkaar aan te spreken en wat uitleg vanuit onze kant kunnen we ons vrij bewegen in de nachtelijke uren. De meldkamer van de politie is van te voren ingelicht over onze activiteit. Onze denkrichting over de verblijfplaats wordt wel concreter, maar we krijgen er nog geen vat op. De geluiden die de meervleermuizen produceren zijn boven land toch weer anders dan de boven water foeragerende en we ondervinden veel last van andere soorten die op het zelfde moment rondvliegen en het geluid overstemmen. 

Rest ons nog één kans, dus op tijd klaarstaan voor de invliegers en maar hopen dat ze zwermen.

Om kwart over drie zijn we ter plaatse. Laat ze maar komen, ze krijgen een hartelijk welkom we hebben een mannetje bij de haven staan. De overige personen staan verdeeld over de wijk te posten. Er worden geen zwermende vleermuizen aangetroffen en de vleermuizen die we horen krijgen we nauwelijks te zien. 

Vanuit de kop van de Steenbergse haven hebben we vliegbewegingen gezien en gehoord richting zuid en oost. (figuur 2). Tussen de smalle watergang Wilhelminastraat en de huizen aan de Burgermeester van Loonstraat zijn diepe tuinen. Vanaf hier zijn de daken, zeker in het donker, niet te zien. Aan de voorzijde van de huizen in de B. van Loonstraat zijn de daken wel zichtbaar. Daar zien we wel een aantal gewone dwergvleermuizen invliegen.

 Schermafbeelding 2018 01 11 om 15.41.54

Figuur 2: Woonwijk ten zuiden van de Steenbergse haven

Via de lange rode lijn zijn de meeste meervleermuizen gepasseerd. Op de locatie van de 2 rode sterren zijn meervleermuizen gehoord. 

Al bij al een zeer gezellig en geslaagd weekend. Het onderzoek wordt vervolgd, de zomer is nog niet ten einde. 

De resultaten van het onderzoek worden verder uitgewerkt en in een rapportage opgenomen.

Deelnemers aan het vleermuisweekend 2017:  Bernadet Adriaenssens, Bert Verheul, Chiel Simons, Erik Korsten, Eva Henrard  , Francien Lambregts van de Clundert, Hermine Verheul, Joke Stoop - Kalis, Peter Twisk, Ron Lambregts, Wim de Vrij, Wim Stoop

Tijdens zoldertellingen in de kerk van Ottersum (Noord-Limburg) zijn grijze grootoorvleermuizen aangetroffen: een stuk noordelijker dan waarvan deze soort toe nu bekend was. De grijze grootoorvleermuis zit in Nederland aan de noordgrens van zijn verspreiding. De komende jaren moet blijken of de soort zijn areaal als gevolg van de opwarming van de aarde naar het noorden uitbreidt. 

In het kader van het monitoringsmeetnet NEM Zoldertellingen Vleermuizen worden ieder jaar, meestal in het najaar, veel (kerk)zolders in Nederland onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Deze zoldertellingen zijn een belangrijke manier om twee zeldzame vleermuissoorten te monitoren in Limburg. De ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) en de grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus) zijn niet zo gemakkelijk vliegend te ontdekken, maar wel op zolders te vinden. Beide soorten zitten in Nederland aan de noordgrens van hun verspreiding. De verspreiding van de grijze grootoorvleermuis was tot voor kort bekend in Limburg en Noord-Brabant, met Blitterswijck (Limburg) als noordelijkste recente vindplaats.

DSCN0134groepje grijze grootoren Ottersum Bernadette van Noort
Grijze grootoorvleermuizen op de kerkzolder in Ottersum (foto: Bernadette van Noort).

Toen duidelijk werd dat in Duitsland plannen gemaakt werden voor een windmolenpark in het Reichswald langs de grens tussen Kleve en Groesbeek / Gennep (dit is voorlopig van de baan), volgde een reeks onderzoeken naar het voorkomen van dieren en planten in de directe omgeving. Verschillende soorten zouden namelijk last kunnen krijgen van de windmolens. Bij het onderzoek naar vleermuizen werd een aantal grijze grootoorvleermuizen gezenderd. Een deel daarvan bleek naar de kerk van Ottersum te vliegen. Dat is nog net in Limburg, maar een stuk noordelijker dan tot nu toe bekend was.

verspreidingskaart PA
Verspreidingskaart grijze grootoorvleermuizen (bron: NDFF).

Bij de eerstvolgende mogelijkheid, in het najaar van 2016, werd deze kerk meegenomen in de jaarlijkse zoldertellingen. Er bleken vijf grijze grootoorvleermuizen op de zolder aanwezig. Inmiddels is de kerk ook in 2017 bezocht: dit jaar zijn er tien grijze grootoorvleermuizen aangetroffen. Hoelang de dieren er al zitten weet niemand. De laatste telling dateerde uit 1994; toen is er mest gevonden van gewone of grijze grootoorvleermuizen. Het is aannemelijk dat de vleermuizen zich hier nu gevestigd hebben. Of we de grijze grootoorvleermuis nu ook kunnen scharen onder de lijst van warmteminnende dieren en planten die onder invloed van de opwarming van de aarde hun areaal naar het noorden uitbreiden is nog niet duidelijk. Wel lijkt het zinvol om verder noordwaarts rekening te houden met deze soort.

Wil je ook meedoen aan het NEM Meetnet Zoldertellingen Vleermuizen, en vleermuizen op (kerk)zolders tellen? Voor dit jaar zit het er weer op, de tijd voor de winterslaap is aangebroken, maar voor volgend jaar zijn er zeker nog tellers welkom voor al die zolders die zelden of nooit geteld worden. Zowel in Limburg als in andere provincies. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via deze link.

Tekst: Bernadette van Noort (provinciaal coördinator Limburg NEM Meetnet Zoldertellingen Vleermuizen Zoogdiervereniging).

Mark Sloendregt is uilenkenner (Netwerk Uilenbescherming Brabant) en gaat regelmatig mee met onze kerkzoldertellingen.

12

Elk jaar worden een groot aantal kerkzolders bezocht in verband met monitoring van vleermuisverblijven. Behalve uilen leven er in kerken veel meer (nachtelijke) dieren zoals vleermuizen. Het is er warm, rustig en donker: ideale omstandigheden. In deze tijd kun je er grootoorvleermuizen in kolonies aantreffen. Ze hangen vaak bijeen verscholen in nissen achter balken of in de nok van een zolder.

3

Bas Dielen coördineert in Brabant deze jaarlijkse kerkzoldertelling om het voorkomen van de zeldzame populatie Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus) in kaart te brengen. Kerkzolders op de zandgronden zijn favoriet bij deze warmte minnende soort, door de zwarte leisteendaken is de temperatuur er hoger dan elders. De beste tijd om grootoren te inventariseren is van half augustus tot half oktober.
De Grijze grootoorvleermuis heeft zijn areaalgrens in het zuiden van Nederland. De Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) komt wel in heel Nederland voor. Deze grootoorvleermuizen hebben enkele kenmerkende verschillen. Een Grijze grootoorvleermuis heeft een lange snuit, kleine wrat bij het oog, donker masker, donkere traguspunt en ook een korte duim.
De Gewone grootoorvleermuis heeft een stompe vleeskleurige snuit met een grote wrat bij het oog. De tragus is licht en de vacht op de rug bruin. De buikvacht is meer gelig van kleur.

7

Met behulp van verrekijkers en camera’s kunnen vleermuizen in de nok toch worden gedetermineerd. Lastiger wordt het als ze vliegen. Om het wegvliegen te voorkomen wordt het licht uitgelaten bij het betreden van de zolder. Een grondig onderzoek aan een kerkzolder duurt ongeveer een half uur.

Op de meeste kerkzolders is wel mest te vinden van vleermuizen, een teken dat ze er voorkomen. De mest van grootoorvleermuizen bestaat o.a. uit kevers, vliegen en nachtvlinders. De keutels zijn ingesnoerd en vaak bruin gekleurd van de vlinderschubben. Deze keutels kunnen – in tegenstelling tot muizenkeutels - makkelijk worden fijn gewreven. Tegenwoordig kan aan de hand van keutels met een DNA-analyse uitsluitsel worden geven over een soort.
Op 22 september hebben twee groepen tellers elk zeven kerken in de Kempen bezocht. In totaal werden in Brabant dit najaar 95 Grijze grootoorvleermuizen, 88 gewone grootoorvleermuizen, twee grootoor spec. en twee dwergvleermuizen aangetroffen op tweeëntwintig kerkzolders.
Enkele zolders herbergde grote kolonies van tientallen vleermuizen zoals de Achelse Kluis en de kerken in Dommelen en Soerendonk.

De monitoring van kerkzolders is tevens gericht op bescherming van de getelde kolonies. Het zal niet de eerste keer zijn dat een kolonie geruisloos verdwijnt door verbouwing of sloop. Het geven van voorlichting over vleermuizen is dan ook onderdeel van de telling.
Uilenbeschermers uit de buurt kunnen helpen door iets te vertellen over de aanwezigheid van vleermuizen. Vaak weten zij ook waar een sleutel kan worden opgehaald. Zo helpen we elkaar en dragen bij aan de bescherming van vleermuizen.

Tekst: Mark Sloendregt
Foto’s: René Janssen en Mark Sloendregt
Tellers: Bas Dielen, René Janssen, Simone de Lange, Carlo Wijnen en Mark Sloendregt

Veel vleermuizen overwinteren in door mensen gemaakte gebouwen of objecten, bijvoorbeeld in forten, bunkers, mergelgroeven of kelders. Veel hiervan waren niet bedoeld voor winterslapende vleermuizen, maar bleken wel geschikt. Deze ontdekking inspireerde vleermuisbeschermers om specifieke ‘vleermuiskelders’ te ontwerpen, het was echter onduidelijk of deze wel geschikt zijn voor vleermuizen.

In 1984 werden in Houten de eerste twee specifiek voor vleermuizen gebouwde kelders feestelijk geopend. Dit eerste ontwerp, een tunnel in een geluidswal, werd al snel op meer plaatsen in Nederland nagebouwd. In de jaren daarna zijn nog veel meer vleermuiskelders gebouwd, maar de belangrijke vraag of deze kelders ook daadwerkelijk door vleermuizen worden gebruikt is nog nooit beantwoord.

Het NEM Meetnet Wintertellingen Vleermuizen omvat vele duizenden tellingen van overwinterende vleermuizen in Nederland. Elk jaar worden vele honderden winterverblijven geteld, waaronder ook nieuw gebouwde vleermuiskelders. Uit een analyse van deze tellingen bleek dat er minimaal 187 specifiek voor vleermuisoverwintering ontworpen en gebouwde objecten in Nederland aanwezig zijn die ook nog eens regelmatig worden geteld. Waarschijnlijk is dit aantal nieuw gebouwde kelders een Europees record.


Drie watervleermuizen in nieuwbouwkelder Amersfoort (foto: Bernadette van Noort).

Wanneer gaan vleermuizen in nieuwbouwkelders overwinteren?

Een nieuw gebouwde kelder is geschikt voor vleermuizen als daadwerkelijk vleermuizen komen overwinteren, maar soms duurt het een aantal jaar voor een kelder wordt ontdekt, terwijl hij wel geschikt is. Om de ‘ontdektijd’ te achterhalen is van alle nieuw gebouwde kelders uitgezocht wanneer deze is gebouwd en wanneer de eerste overwinterende vleermuis werd gevonden. De tijd tussen bouwen en de eerste vleermuis is de ‘ontdektijd’. Uit de NEM-tellingen blijkt dat slechts enkele nieuwbouwkelders binnen een jaar worden ontdekt. Meestal was de gewone grootoorvleermuis de eerste bewoner, soms ook de watervleermuis. De grootoorvleermuis had binnen 5 jaar 75% van de kelders waarin deze soort uiteindelijk komt overwinteren, ontdekt. Natuurlijk zijn er ook kelders waarin geen grootoorvleermuizen opduiken, als na 5 jaar nog geen grootoorvleermuis is komen overwinteren, dan is de kans groot dat de kelder niet geschikt is voor de overwintering van vleermuizen. Uiteindelijk blijkt circa 65% van de nieuw gebouwde kelders gebruikt te worden door grootoorvleermuizen.


De 'ontdektijd' van nieuw gebouwde kelders.

Nieuwbouw werkt, maar effect is beperkt

Uit de gegevens blijkt ook dat  andere vleermuissoorten een veel langere ‘ontdektijd’ hebben. De franjestaart is pas na 9 jaar in 75% van de kelders te vinden waarin de soort uiteindelijk gaat overwinteren, de watervleermuis heeft 10 jaar nodig en baardvleermuizen doen er zelfs 12 jaar over om de 75% grens te halen. De meervleermuis is pas na 15 jaar in één enkele nieuwbouwkelder gevonden. Uiteindelijk blijkt slechts circa 20% van de nieuwbouwkelders ook gebruikt te gaan worden door deze soorten.  

Het bouwen van nieuwe kelders lijkt dan ook het meest geschikt voor gewone grootoorvleermuizen, terwijl andere soorten vaak pas na langere tijd, en lang niet altijd, in een nieuwbouwkelder komen overwinteren. Om te achterhalen hoe nieuwe kelders ook geschikt gemaakt kunnen worden voor de wat meer ‘kritische’ soorten als watervleermuis, franjestaart, baardvleermuis en meervleermuis zal een meer gedetailleerde analyse van overwinteringslocaties moeten plaats vinden.

In ieder geval is duidelijk dat nieuw gebouwde kelders voor vleermuizen kunnen werken en dat nieuwe kelders lokaal of regionaal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het aantal geschikte overwinteringslocaties. Tegelijkertijd blijkt ook dat sommige vleermuissoorten pas na veel tijd en met veel moeite zijn te verleiden om in nieuw gebouwde objecten te komen overwinteren. Een belangrijke waarschuwing als een verblijf wordt gebouwd ter compensatie of mitigatie in het geval een oud, bestaand verblijf ongeschikt wordt.


Vleermuistelling in nieuwbouwkelder in Amersfoort (foto: Bernadette van Noort).

Onbekende kelder? Meld ‘m aan!

Vermoedelijk zijn de huidige, bekende 187 nieuw gebouwde kelders slechts een deel van de aanwezige nieuwbouwkelders in Nederland. Eenieder die nieuw gebouwde kelders kent en/of telt die niet aangemeld zijn bij het NEM, wordt gevraagd deze objecten aan te melden. Ook objecten waarin geen vleermuizen gevonden worden, tellen mee. Weet je zo’n kelder, stuur dan aan mailtje naar de Zoogdiervereniging. Bij een vleermuiskelder in Noord Brabant dan graag een mailtje naar onze Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Een uitgebreide analyse van nieuwbouwkelders is te vinden in de Telganger van oktober 2017. En alle vrijwillige vleermuistellers worden hartelijk bedankt voor het jaarlijks tellen van vleermuiswinterverblijfplaatsen en het doorgeven van alle teldata.

Tekst: Maurice La Haye en Eric Jansen (Zoogdiervereniging).