• header03.jpg
  • header05.jpg
  • header07.jpg
  • header06.jpg
  • header04.jpg
  • header01.jpg
  • header09.jpg

Welkom op de website van Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant

Op deze website willen wij u informeren over allerlei vleermuiszaken in Noord-Brabant.

 

Hieronder vindt u het laatste nieuws over onze werkgroep.

Zoönosen in vleermuizen

In Nederland komen 17 soorten vleermuizen voor. Veel van deze soorten, met name de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger, komen geregeld in contact met mensen doordat ze gebruik maken van huizen en andere door mensen gemaakte bouwwerken als verblijfplaats. Hierdoor is er een overlap tussen het leefgebied van vleermuizen en het leefgebied van mensen en hun huisdieren. Door de overlap in leefgebied zouden infectieziektes van vleermuizen potentieel (direct of indirect) op mensen kunnen worden overgedragen.
Echter, er bestaat nog veel onduidelijkheid over dit onderwerp. Het is namelijk niet bekend wat de diversiteit van virussen onder vleermuizen in Nederland is, en of de aanwezige virussen zoönotisch zijn (overdraagbaar op mensen).  En als dat zo zou zijn, wat dan het eventuele risico zou zijn (kans overdracht naar de mens en kans dat daadwerkelijk ziekteverschijnselen optreden). Tot slot is het interessant te weten of risico’s en risicoperceptie op elkaar aansluiten of niet.

Zonder kennis omtrent het voorkomen van virussen bij vleermuizen is het niet mogelijk om in te schatten of er een zoönotisch risico van vleermuizen in Nederland uitgaat. Het is belangrijk deze kennis paraat te hebben. Enerzijds zodat eventuele zoönotische risico’s verkleind kunnen worden als blijkt dat deze bestaan. Anderzijds om vleermuizen te beschermen tegen ongegronde negatieve publiciteit. Mochten vleermuizen in relatie tot zoönosen in het nieuws komen, dan kan hierop gereageerd worden met wetenschappelijke kennis in plaats van met angst.

Het onderzoek

Lineke Begeman onderzoekt tijdens haar PhD bij het Erasmus MC Rotterdam de virusdiversiteit van vleermuizen, en hun zoönotische potentie in Nederland onder de projecttitel: Zoönosen in de nacht. Dit project wordt gefinancierd door ZonMw. De virusdiversiteit  en de zoönotische potentie wordt onderzocht aan de hand van vleermuismest. Zo is vleermuismest uit heel Nederland nodig van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Daarvoor kan ze de hulp van vrijwilligers goed gebruiken! De Zoogdiervereniging ondersteunt dit onderzoek omdat we op basis van kennis, aan bescherming van vleermuizen werken. Bij die kennis hoort ook inzicht in eventuele risico’s en risicoperceptie.

Meedoen?

Voor de monsterafname van vleermuismest is Nederland opgesplitst in vier deelgebieden (quadranten) en in elk deelgebied worden vijf monsters genomen per doelsoort (ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger) en per seizoen. Een monster bestaat uit een minimum van vijf keuteltjes per geografisch gebied, per vleermuissoort. Wil je meehelpen aan dit interessante onderzoek, dan kun je je steentje bijdragen door verse vleermuiskeutels van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en/of laatvlieger te verzamelen en deze op te sturen. Hiervoor krijg je één of meerdere pakketten thuisgestuurd van het Erasmus MC. Per monster (dus per soort, gebied en tijdspunt) één pakket met de benodigde materialen voor de monsterafname. Controleer je bijvoorbeeld vleermuiskasten, heb je een verblijfplaats van vleermuizen in je huis, ken je verblijfplaatsen van vleermuizen of kom je op een andere manier in aanraking met verse mest van vleermuizen, dan is jouw hulp zeer waardevol. Voor meer informatie mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Voor het aanvragen van een verzamelkit van vleermuismest, kun je mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
Laten we samen het licht schijnen op de zoönosen in de nacht.

De behaalde en nagestreefde monsterafnames in 2017

Tabel 1 toont de behaalde en nagestreefde monsterafnames van vleermuiskeutels in 2017. Figuur 1 t/m 4 laat zien waar de monsterafnames vandaan komen. 


Tabel 1. De behaalde en nagestreefde monsterafnames van vleermuiskeutels in 2017. 


Figuur 1. Locaties waar in het voorjaar (1 maart t/m 31 mei), de zomer (1 juni t/m 31 augustus) en het najaar (1 september t/m 30 november) keutels van de gewone dwergvleermuis zijn verzameld.
Aangezien het onderzoek pas in de loop van de voorjaarsperiode is opgestart, is het aantal monsterafnames in het voorjaar nog laag.


Figuur 2. Locaties waar in het voorjaar (1 maart t/m 31 mei), de zomer (1 juni t/m 31 augustus) en het najaar (1 september t/m 30 november) keutels van de ruige dwergvleermuis zijn verzameld.
Aangezien het onderzoek pas in de loop van de voorjaarsperiode is opgestart, is het aantal monsterafnames in het voorjaar nog laag.


Figuur 3. Locaties waar in het voorjaar (1 maart t/m 31 mei), de zomer (1 juni t/m 31 augustus) en het najaar (1 september t/m 30 november) keutels van de laatvlieger zijn verzameld.
Aangezien het onderzoek pas in de loop van de voorjaarsperiode is opgestart, is het aantal monsterafnames in het voorjaar nog laag.


Figuur 4. Locaties waar in het voorjaar (1 maart t/m 31 mei), de zomer (1 juni t/m 31 augustus) en het najaar (1 september t/m 30 november) keutels van overige vleermuissoorten zijn verzameld.
Aangezien het onderzoek pas in de loop van de voorjaarsperiode is opgestart, is het aantal monsterafnames in het voorjaar nog laag.

De behaalde en nagestreefde monsterafnames in 2018

Tabel 2 toont de behaalde en nagestreefde monsterafnames van vleermuiskeutels in de voorjaarsperiode (maart t/m mei) van 2018 en de voorlopige resultaten van de zomerperiode. Figuur 5 laat zien waar de monsterafnames in de voorjaarsperiode vandaan komen, Figuur 6 toont de voorlopige resultaten van de zomerperiode.


Tabel 2. De behaalde en nagestreefde monsterafnames in de voorjaarsperiode (maart t/m mei) van 2018 en de voorlopige resultaten (tot 8 augustus 2018) van de zomerperiode (juni t/m augustus).


Figuur 5. Locaties waar in de voorjaarsperiode (1 maart t/m 31 mei) van 2018 keutels van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en overige vleermuissoorten zijn verzameld. Op de kaart zijn enkel de monsterafnames weergegeven waar de volledige adresgegevens (of coördinaten) van de vindplaats van bekend zijn.


Figuur 6. Voorlopige resultaten van de locaties waar in de zomerperiode (1 juni t/m 31 augustus) van 2018 keutels van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en overige vleermuissoorten zijn verzameld. Het overzicht is gemaakt op 8 augustus 2018. Op de kaart zijn enkel de monsterafnames weergegeven waar de volledige adresgegevens (of coördinaten) van de vindplaats van bekend zijn.  

In het laatste weekend van augustus wordt jaarlijks de Nacht van de Vleermuis georganiseerd. In vele landen in Europa wordt dit weekend aandacht besteed aan vleermuizen. Internationaal gezien is het de 22ste keer dat de bat night plaatsvindt, als initiatief van Eurobats. Ook in Nederland zijn er vleermuisactiviteiten voor jong en oud verspreid over het land. 

De Nacht van de Vleermuis 2018 is in het weekend van vrijdag 24, zaterdag 25 en zondag 26 augustus 2018!

In Nederland wordt het evenement gecoördineerd en gefaciliteerd door Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) van de Zoogdiervereniging.

Een vleermuisexcursie is een mooie kans voor jong en oud om meer te weten te komen over vleermuizen en: ze zelfs te horen en te zien!

Voor excursies in Vlaanderen, klik hier. Voor andere internationale excursies, klik hier.

Organiseer jij een activiteit? Geef dat dan door met dit formulier via deze link!

Stadsvogels en vleermuizen delen al honderden jaren hun woonruimte met mensen. Door onder meer isolatie en afdichting van gaten en kieren onder daken hebben deze dieren het moeilijk gekregen. Samen met de gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg gaan Vogelbescherming en de Zoogdiervereniging hier iets aan doen.

We willen in 2018 en 2019 zorgen voor een groot aantal nieuwe nest- en verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. Dat kan bijvoorbeeld door ‘neststenen’ in te metselen, of de manier van bouwen aan te passen. Daarnaast wordt gewerkt aan het toegankelijk maken van kerktorens en -zolders.

Deze zomer en nazomer willen we in de B5-steden kerktorens en zolders bezoeken. Op deze plekken kijken we naar sporen van vleermuizen en of er mogelijkheden liggen om de kerktorens of –zolders toegankelijk(er) te maken voor vleermuizen en waar mogelijk voor vogels. Hier willen we graag lokale vrijwilligers in betrekken. Je kunt dan één of meerdere keren mee om een dag of dagdeel op de zolders te speuren naar keutels en vleermuizen en mee te denken over de vraag hoe we de zolder toegankelijker kunnen maken. Kennis van vleermuizen is niet noodzakelijk, er gaat altijd iemand mee die je er meer over kan vertellen en uitlegt waar je op moet letten. In Tilburg zijn er al een mooi aantal geïnteresseerden die het leuk lijkt om mee te gaan om de zolders te bezoeken. In vooral Helmond en Breda hopen we echter nog meer mensen te bereiken. Daarom dit oproepje: Lijkt het je leuk om in Helmond en Breda -of in de andere B5-steden Den Bosch, Eindhoven of Tilburg- kerktorens te bezoeken en ben je geïnteresseerd in vleermuizen, dan ben je van harte uitgenodigd om mee te gaan. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Het is iedereen wel duidelijk dat het heet en droog is. Voor vleermuizen heeft dit voor- en nadelen. Tijdens het warme weer kunnen ze de hele nacht jagen en zijn er grotere prooien beschikbaar. Uitdroging ligt echter op de loer doordat ze nu niet voldoende vocht uit hun eten halen. Dan wil een vleermuis wel eens een slok water uit een beschutte waterpartij of zelfs een zwembad 'scheppen'.

Betere kwaliteit voedsel voor ouder en jong
Wie ’s avonds in de tuin zit om aan de warmte binnenshuis te ontsnappen en goed oplet, zal ook vleermuizen kunnen zien vliegen. Het aanhoudende warme weer maakt het voor vleermuizen mogelijk vanaf zonsondergang tot zonsopgang op insecten te jagen. Het warme weer zorgt er ook voor dat er meer grotere prooien zoals motten te vinden zijn. Verschillende vleermuissoorten schakelen nu over van het jagen op muggen naar het jagen op motten. Vleermuizen jagen niet de gehele nacht: voedsel in een volle maag moet eerst verteerd worden en de vrouwtjes gaan meerdere keren 'naar huis' om de jongen te zogen.

Drinkende vleermuizen
Het warme weer en het zogen van de jongen is een behoorlijke aanslag op de vochthuishouding van vleermuizen. Normaal gesproken halen 'onze' vleermuizen voldoende vocht uit hun voedsel, maar nu zij extra moeten transpireren om hun lichaam te koelen is dit vocht niet meer voldoende. Daarom zijn er nu aan het begin van de avond drinkende vleermuizen boven beschut liggende waterpartijen te zien; zelfs boven zwembaden. Aan het begin van de avond, soms al voor zonsondergang, zie je dan een enkele vleermuis laag boven het water rondjes vliegen, en af en toe met zijn bek water scheppen op eenzelfde wijze als zwaluwen dat doen.

Meer informatie over drinkende vleermuizen vindt u in deze publicatie.

Verhuizende vleermuizen
Het warme zonnige weer zorgt vooral overdag voor grotere problemen voor vleermuizen. Als een vleermuizenkolonie in een spouwmuur op het zuidwesten van een woning zit, dan kan de temperatuur in de namiddag oplopen tot boven de vijftig graden Celsius. Vaak zoeken vleermuizen dan binnendoor een koelere plek op. Ze kruipen door de spouwmuur of over de vliering/zolder naar een veel koelere noord- of westgevel. Moderne huizen en vleermuiskasten hebben deze mogelijkheid meestal niet. Soms neemt een vleermuis een verkeerde afslag en komt in een donkere kamer van het gebouw terecht.
Overdag buitenom verhuizen is voor vleermuizen een te groot risico, omdat er dan veel meer predatoren actief zijn. Het meeverhuizen van de jonge vleermuizen, die nu net nog niet zelfstandig kunnen vliegen maar wel bijna hetzelfde gewicht hebben als een volwassen vleermuis, maakt het nóg risicovoller. Als het jong toch buitenom verhuisd wordt, dan gebeurt dat nagenoeg altijd ’s nachts.
Wordt de spouw overdag toch veel te heet dan kruipen de oververhitte vleermuizen in de namiddag uit de spouwen en gaan in het daglicht aan de gevel hangen, of ze vallen uitgedroogd op de grond. 

Als u wilt weten wat u moet doen als u deze vleermuizen vindt, kijk dan op de website van de Vleermuiswerkgroep Nederland.

Tekst: Eric Janssen & Glenn Lelieveld

aanvulling 12-07-2018: De lezing wordt 'uitgebreid' met een 1/2uur lezing over telemetrie door Kyllian van Breemen, een collega van Jan Jeucken die dit gedeelte van het onderzoek op zich heeft genomen.
Graag zo spoedig mogelijk aanmelden (mail is voldoende) zodat we weten welke zaal van het gemeenschapshuis we kunnen bespreken!

 

Beste werkgroepleden,

Met veel trots mogen we aankondigen dat we als complete werkgroep uitgenodigd zijn voor een videolezing over laatvliegers door de enthousiaste Jan Jeucken.
Jan is al enkele jaren bezig met video-onderzoek naar Laatvliegers op de kerkzolder van de kerk te Castenray (Noord-Limburg regio Venray). Hij heeft vele beelden van het paren, geboortes en andere sociale aspecten van de laatvliegers en kan hier heel aanstekelijk en met veel humor over vertellen. Onlangs is Jan ook als toegetreden als nieuw werkgroeplid.
Afgelopen jaar op de jaarlijkse VLEN-dag heeft Jan ook een klein voorproefje gegeven van zijn bevindingen.
Daar we ter plekke gaan kijken in de piek van de kraamperiode gaan we ook livebeelden zien en kijken we natuurlijk ook bij het uitvliegen van de ca. 250 stuks laatvliegers.
Gemeenschapshuis 'De Wis' (naast kerk)
Matthiasstraat 2, 5811 AN, Castenray
Zaterdag 21 juli 2018, 19.30uur tot ca. 23.00uur 
Gratis toegang, koffie en thee (1€), Fris en Bier 2€ zijn voor eigen rekening.

Je woont in Tilburg of omgeving en je zit ’s avonds in de tuin met een drankje. Opeens vliegt daar weer dat zwarte silhouet met zijn in de schemering net zichtbare acrobatische duikvluchten: een vleermuis. Misschien schrik je even, misschien bewonder je zijn vliegkunsten, misschien ben je dankbaar dat hij die avond weer honderden muggen in je tuin opeet. Maar misschien denk je ook: Wat is dat voor een diertje en welke soorten vleermuizen zitten er eigenlijk bij mij in de buurt? En wat kan ik doen voor deze mysterieuze en nuttige dieren? Lees dan vooral verder. Misschien ben je wel een toekomstige “013-vleerwilliger”


Rosse vleermuis (foto: Wesley Overman)

De gemeente Tilburg, de landelijke Zoogdiervereniging en de Zoogdierwerkgroep van de KNNV-Tilburg gaan namelijk aan de slag met het opzetten van een vrijwilligersgroep met betrekking tot vleermuizen in Tilburg. Deelnemers aan deze groep krijgen de komende jaren de kans om kennis te maken met de wereld van vleermuizen en deel te nemen aan verschillende activiteiten met betrekking tot vleermuisonderzoek en bescherming. Je hoeft daarvoor nog niks van vleermuizen te weten. Experts van de Zoogdiervereniging en de KNNV-Tilburg begeleiden je in het verwerven van de benodigde kennis en ervaring.

Eén van de beoogde activiteiten van de werkgroep is het afleggen van vleerMUS routes. Dit is een methode voor de monitoring van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis op populatieniveau in een urbane omgeving. De methode bestaat uit het afleggen van fietstransecten waarbij met een automatische batdetector (Batlogger) opnames worden gemaakt van de aanwezige vleermuizen. Uit de resulterende activiteitsmetingen kan een populatietrend worden afgeleid. Zo kan dus worden bepaalt hoe het met deze soorten in Tilburg gaat.

Daarnaast is in 2016 al een project gestart dat als doel heeft om stadsvogels en vleermuizen extra woonruimte te bieden. Door o.a. isolatie en betere afdichting van gaten en kieren onder daken hebben deze dieren het moeilijk gekregen. Dit heeft een jaar later vervolg gekregen in de gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch. Vogelbescherming en de Zoogdiervereniging zijn bezig om samen met de gemeentes voor meer huisvesting te zorgen. De komende tijd worden er, onder andere in Tilburg, verschillende voorzieningen ingebouwd in gebouwen. Hier liggen mooie kansen met betrekking tot monitoring van de voorzieningen. Worden deze plekken door vleermuizen ontdekt?

Een andere beoogde activiteit is het tellen van vleermuizen op zolders. Met deze methode is de trend van de zeldzame grijze grootoorvleermuis en de ingekorven vleermuis te volgen. Voor andere soorten leveren de zoldertellingen belangrijke verspreidingsgegevens op. Met extra handen en ogen kunnen er in Tilburg verschillende zolders geteld worden. Wie weet worden er op deze manier wel bijzondere verblijven van vleermuizen ontdekt.

Ben jij nieuwsgierig naar die mysterieuze rondvliegende diertjes in de schemering? Lijkt het je leuk om meer te weten te komen over vleermuizen in je woonplaats en wil je meehelpen met onderzoek aan vleermuizen in Tilburg? Kom dan op 28 juni 2018 kennismaken met Vleermuis013. Voor aanmelding en meer informatie kun je terecht bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Vleermuizen zijn echte liefhebbers van de zon. Niet om zelf lekker in te zonnen, maar door de warmte die ze geeft. Vorige week zagen we dat met de warme start van het voorjaar, de omgeving lekker opwarmde en er dus volop insecten rond gingen vliegen. Een perfecte tijd voor vleermuizen om aan te sterken na hun maandenlange winterrust.

Genietend van een lekkere zonnige dag, zullen de meeste mensen niet gelijk aan vleermuizen denken. Deze nachtactieve dieren zijn juist ontzettend lichtschuw: licht vormt immers een risico voor predatie door uilen en zelfs katten. Toch zijn vleermuizen echte liefhebbers van de zon vanwege alle warmte die ze geeft. Overdag warmen onze muren en daken lekker op; ’s avonds geven ze deze warmte gedoseerd weer af. De warmte zorgt enerzijds voor minder energieverlies voor de vleermuizen en anderzijds voor veel voedsel in de lucht. In tegenstelling tot vleermuizen in de tropen, zijn de Europese vleermuizen voor 100 procent insecteneters. De 18 in Nederland voorkomende vleermuissoorten hebben allemaal een iets andere leefwijze, een zogenaamde niche, om zo min mogelijk met elkaar te concurreren. Dit heeft ook invloed op hoe ze jagen en dus de locatie en wijze waarop ze vliegen.

Gewone dwergvleermuis
Zo is een aantal soorten, waaronder de zeer algemeen voorkomende gewone dwergvleermuis, gespecialiseerd op muggen en andere kleine vliegende insecten. Gewone dwergvleermuizen jagen relatief snel en wendbaar in een grillige vlucht met veel bochten en lussen, en vliegen daarbij op enige afstand (één tot acht meter) langs de vegetatie. Ze vliegen op een hoogte van gemiddeld twee tot vijf meter, maar soms op wel 15 meter. Ze jagen het liefst in de beschutting van bomen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, tussen boomkruinen, boven open plekken in het bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), bij straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied.

Rosse vleermuis
Een andere soort, de rosse vleermuis, jaagt meer op grote kevers en nachtvlinders, maar ook wel op kleine, in zwermen vliegende dansmuggen. De vlucht van de rosse vleermuis doet enigszins denken aan die van de gierzwaluw: hoog en snel. Deze grote vleermuis met een spanwijdte van 32 tot 40 centimeter heeft dan ook lange en smalle vleugels. De afstand tussen dagrustplaats en jachtgebied wordt in de regel in een snelle rechte vlucht afgelegd, op een hoogte van honderd meter of meer. Jachtplaatsen liggen meestal in open terrein, waar ze met snelle duiken op insecten jagen. De rosse vleermuis jaagt vooral boven water en moerassige gebieden, maar ook wel bij straatverlichting.


Dwergvleermuis in vlucht (foto: Hugo Willocx)

Zelf vleermuizen zien?
Wil je zelf eens vleermuizen zien? Ga dan na een warme dag rond zonsondergang eens lekker buiten zitten of rond wandelen. Dit kan in je eigen tuin, straat, wijk, park of nabij water. Eigenlijk kan het overal zolang het maar een groen plekje is waar het lekker warm wordt, bijvoorbeeld door luwte van bomen en gebouwen.

Om te weten met welke soort je te maken hebt, als je 's zomers in de avond naar de hemel kijkt en er zo'n fladderaar voorbij vliegt, hebben wij een zoekkaart gemaakt.

Ben je helemaal verknocht geraakt aan vleermuizen? Je bent niet de enige! Verspreid door het land zijn er verschillende vleermuiswerkgroepen die lokaal, regionaal, provinciaal of zelfs landelijk opereren. Kijk voor meer informatie over deze werkgroepen op de website van de Zoogdiervereniging.

Voor meer informatie over de vleermuissoorten kun je goed terecht op de website van de Zoogdiervereniging werkgroep VLEN.

Auteur: Glenn Lelieveld, Zoogdiervereniging

Drie leden van onze werkgroep; Marius Janssen, Martien Bongers en Sjef Demaret, hebben onlangs in de staatsbossen van St. Anthonis de Visdel kelder gebouwd. Hieronder een overzicht van hun werkzaamheden.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.43.png

Staatsbossen Sint Anthonis, Locatie Visdel: RD X 186104 Y 404830
Oriëntatie ingangen kelder: zuid.

Financiering en realisatie. De bouw van de kelder is mede mogelijk gemaakt door, de Postcode loterij. Staatsbosbeheer, Brabants landschap, de gemeente Sint Anthonis, een technische buurman, een meedenkende graafmachine machinist en wat leden van de werkgroep vleermuizen van IVN 'de Maasvallei' Boxmeer/Sint Anthonis.

Gebruikte materialen. Bij de bouw van deze kelder is zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van oude materialen, zoals gebruikte staltroosters, oude vloerdelen van beton, oude stenen en metaalprofielen uit de sloop.

De opzet en bouw van de kelder. De kelder is primair bedoeld voor vleermuizen daarom moet de kelder in de winter vorstvrij blijven. Om die reden ligt de kelder circa 70 cm in de grond. De kelder is op het dak en rondom tegen de wanden afgedekt met circa 50 tot 150 cm grond. Door een opening op vloerhoogte in een kelderwand is de kelder ook bruikbaar als overwinteringplek voor reptielen en amfibieën. Er is veel aandacht besteed aan het muizenvrij maken van de vleermuis verblijfplaatsen in de kelder. Vanaf de grond kunnen de muizen niet tegen de keldermuren omhoog klimmen om bij de vleermuizen te komen, predatie!

De bouwput. De bodem van de uitgegraven bouwput ligt cica 70 cm onder het maaiveld. In de bouwput. Langs de wanden is nog een U vormige sleuf gegraven van weer 70 cm diep en 60 cm breed. In deze gleuf zijn de stalroosters van 250 cm lang rechtop gezet. De overige 180 cm steekt boven de vloer uit en vormen de wanden van de kelder.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.03.48.png

De dakconstructie. Over de kopsekanten van de recht opstaande stalroosters is, aan de binnenkant van de kelder, een raamwerk van 6 cm L-profiel aangebracht. Dit profiel ligt waterpas en is vast gelast aan de H balk. Deze H balk van 9x18x480cm ligt in het midden van de kelder, van voor tot achter, en fungeert als extra steun voor het dak. Over de kopsekanten van de stalroosters is specie aan gebracht, gelijk met het raamwerk. Aan de voorkant van de kelder rust de H balk op weer een U profiel van 16x7x7 cm. Beide profielen, H en U, rusten op 2 rechtopstaande stalroosters links en rechts aan de voorkant van de kelder. De kelder is afgedekt met stalroosters, deze zijn weer afgedekt met betonplaten. De betonplaten van ca 12 cm dik houden de kelder inwendig enigszins droog.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.04.png

De 3 ingangen van de kelder. De kelder bezit 3 verschillende ingangen, voor vleermuizen, voor reptielen en amfibieën en voor mensen. Rechts boven het luik is de vliegopening voor vleermuizen aangebracht. Aan de voorzijde van de kelder is de kelderruimte afgesloten d.m.v. een aantal horizontaal opgestapelde stalroosters en een gemetseld muurtje. Tussen de opgestapelde stalroosters is, op keldervloer hoogte, een spleet gemaakt, de reptielen en amfibieën ingang. In de wand van horizontaal gestapelde stalroosters en het muurtje is een gat uitgespaard waar een watervast multiplex toegangsluik van 80x80x5 cm is geplaatst, de toegang voor mensen. Dit luik scharniert in 2 gehengen en is afgesloten met een hangslot.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.14.png

Het voorportaal. De kelder is voorzien van een voorportaaltje afgesloten door 2 metalen stalroosters Dit voorportaal maakt de kelder minder vandalisme gevoelig. De ruimte tussen het vlieggat en het hekwerk is ongeveer 80 cm. Het dak van dit voorportaal rust links en rechts op steeds 3 stalroosters en in het midden op 2 L profielen van 6x3 cm en een metalen buis van 6 cm diameter. Dit dak is afgedekt met circa 20 cm grond. 1 stalrooster is links gefixeerd aan de muur en vastgelast aan de paal in het midden van de ingang. Het tweede rooster scharniert in 2 gehengen en is aan de rechterkant met een hangslot afgesloten.

Schermafbeelding 2018-04-18 om 00.04.26.png

De anti muis bekleding. De kelder is inwendig vanaf de keldervloer tot ongeveer 60 hoog rondom bekleed met plastic platen tegen muizen. In de kelder rondom het vlieggat is ook plastic aan gebracht. Alle kieren tussen het plastic en de kelderwanden zijn met specie dicht gesmeerd. Alle spleten in de dakconstructie zijn ook dicht gemaakt met specie.

Wegkruip mogelijkheden voor vleermuizen. Inwendig is de kelder aan de achterkant voorzien van 30 Patioprofielen gemaakt van specie en kleikorrels. Tussen de rechtopstaande stalroosters en in de dakconstructie zitten tal van spleten die goed bruikbaar zijn als wegkruip plaatsen voor vleermuizen

Wegkruip mogelijkheden voor reptielen en amfibieën. Door de toegangsspleet in de muur is de kelder goed bereikbaar voor reptielen en amfibieën zoals heikikker en rugstreeppad. Oud boomstronk materiaal in de hoeken van de kelder dient als schuilplaats voor deze dieren.

Bouwtijd Kelder. Start bouw : woensdag 22 november 2017. Einde bouw : woensdag 14 maart 2018.

Inwendige afmetingen kelder. Lang 470 cm Breed 180 cm Hoog 180 cm Inhoud ca 16 m3

Klimaat van de kelder. De invliegopening van circa 15x 8 cm laat licht en wind in de kelder toe. Omdat enigszins te beperken is in de kelder voor de invliegopening op 80 cm afstand van de invliegopening, van plafond tot vloer, een stuk linoleum aangebracht. Dit linoleum is circa 90 cm breed. Tijdens de winter van 2018-2019 wordt de kelder met een logger gemonitord op temperatuur en luchtvochtigheid. Ook buiten wordt een logger geplaatst.

Bescherming. De kelder is opgenomen in het Noord Brabants bestand van vleermuisoverwinteringsverblijven en wintertel objecten. Na sluiting van de kelder valt deze onder de Flora & Fauna wet artikel 9- 11 bijlage 4. Voor het betreden van de kelder is dan ook een ontheffing nodig.

Wintertellingen. De vleermuizen in de kelder worden met ingang van het jaar 2019 elke winter in de periode januari-februari geteld. De telresultaten worden, naast de gebruikelijke rapportage aan de Zoogdiervereniging ook gerapporteerd aan Staatsbosbeheer in Sint Anthonis.

De sleutels van de kelder. De sleutels van de kelder worden beheerd door Staatsbosbeheer, ook eigenaar van deze kelder. Bosweg 42, 5845 EB Sint Anthonis en door de vleermuiswerkgroep van IVN 'De Maasvallei' Boxmeer/Sint Anthonis. De 2 sloten worden geopend door dezelfde sleutel.

Naamgeving Visdel. Deze naam bestaat uit 2 delen, Vis en Del. Vis komt van oorsprong uit het Arabische en betekend 'Trouw'. Del vindt zijn oorsprong in het Hebreeuws en betekent 'Beschermer'. Visdel betekent dan ook 'Trouwe beschermer'. Precies dat moet deze kelder in de winter gaan doen, de vleermuizen, reptielen en amfibieën trouw beschermen.

Op 17 mei aanstaande wordt de kelder door de burgemeester van Sint Anthonis officieel afgesloten.

Maart 2018: Sjef Demaret.