• header06.jpg
  • header09.jpg
  • header07.jpg
  • header01.jpg
  • header04.jpg
  • header05.jpg
  • header03.jpg

Mark Sloendregt is uilenkenner (Netwerk Uilenbescherming Brabant) en gaat regelmatig mee met onze kerkzoldertellingen.

12

Elk jaar worden een groot aantal kerkzolders bezocht in verband met monitoring van vleermuisverblijven. Behalve uilen leven er in kerken veel meer (nachtelijke) dieren zoals vleermuizen. Het is er warm, rustig en donker: ideale omstandigheden. In deze tijd kun je er grootoorvleermuizen in kolonies aantreffen. Ze hangen vaak bijeen verscholen in nissen achter balken of in de nok van een zolder.

3

Bas Dielen coördineert in Brabant deze jaarlijkse kerkzoldertelling om het voorkomen van de zeldzame populatie Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus) in kaart te brengen. Kerkzolders op de zandgronden zijn favoriet bij deze warmte minnende soort, door de zwarte leisteendaken is de temperatuur er hoger dan elders. De beste tijd om grootoren te inventariseren is van half augustus tot half oktober.
De Grijze grootoorvleermuis heeft zijn areaalgrens in het zuiden van Nederland. De Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) komt wel in heel Nederland voor. Deze grootoorvleermuizen hebben enkele kenmerkende verschillen. Een Grijze grootoorvleermuis heeft een lange snuit, kleine wrat bij het oog, donker masker, donkere traguspunt en ook een korte duim.
De Gewone grootoorvleermuis heeft een stompe vleeskleurige snuit met een grote wrat bij het oog. De tragus is licht en de vacht op de rug bruin. De buikvacht is meer gelig van kleur.

7

Met behulp van verrekijkers en camera’s kunnen vleermuizen in de nok toch worden gedetermineerd. Lastiger wordt het als ze vliegen. Om het wegvliegen te voorkomen wordt het licht uitgelaten bij het betreden van de zolder. Een grondig onderzoek aan een kerkzolder duurt ongeveer een half uur.

Op de meeste kerkzolders is wel mest te vinden van vleermuizen, een teken dat ze er voorkomen. De mest van grootoorvleermuizen bestaat o.a. uit kevers, vliegen en nachtvlinders. De keutels zijn ingesnoerd en vaak bruin gekleurd van de vlinderschubben. Deze keutels kunnen – in tegenstelling tot muizenkeutels - makkelijk worden fijn gewreven. Tegenwoordig kan aan de hand van keutels met een DNA-analyse uitsluitsel worden geven over een soort.
Op 22 september hebben twee groepen tellers elk zeven kerken in de Kempen bezocht. In totaal werden in Brabant dit najaar 95 Grijze grootoorvleermuizen, 88 gewone grootoorvleermuizen, twee grootoor spec. en twee dwergvleermuizen aangetroffen op tweeëntwintig kerkzolders.
Enkele zolders herbergde grote kolonies van tientallen vleermuizen zoals de Achelse Kluis en de kerken in Dommelen en Soerendonk.

De monitoring van kerkzolders is tevens gericht op bescherming van de getelde kolonies. Het zal niet de eerste keer zijn dat een kolonie geruisloos verdwijnt door verbouwing of sloop. Het geven van voorlichting over vleermuizen is dan ook onderdeel van de telling.
Uilenbeschermers uit de buurt kunnen helpen door iets te vertellen over de aanwezigheid van vleermuizen. Vaak weten zij ook waar een sleutel kan worden opgehaald. Zo helpen we elkaar en dragen bij aan de bescherming van vleermuizen.

Tekst: Mark Sloendregt
Foto’s: René Janssen en Mark Sloendregt
Tellers: Bas Dielen, René Janssen, Simone de Lange, Carlo Wijnen en Mark Sloendregt