• header07.jpg
  • header06.jpg
  • header09.jpg
  • header04.jpg
  • header01.jpg
  • header05.jpg
  • header03.jpg

Met de eerste warme dagen in maart was het al duidelijk: de winter komt op zijn einde. De wintertellers van de Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant voelden dat al aankomen, want voor hen sloot op 15 februari al de periode waarin zijn hun fort, bunker, ijskelder of vleermuiskelder mochten bezoeken voor het tellen van vleermuizen in winterslaap.

Deze tellingen maken deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en de Zoogdiervereniging. Ze worden uitgevoerd door een aantal ervaren en getrainde leden van onze werkgroep (telleiders), vaak bijgestaan door één of twee leden of andere betrokkenen. Omdat vleermuizen in winterslaap gevoelig zijn voor verstoring en het te vaak verstoren hun overlevingskansen in de winter kan beperken, zijn de tellingen gebonden aan strikte regels. Zo mag er alleen in de periode tussen 15 december en 15 februari geteld worden, mag ieder winterverbliijf in die periode maar één keer geteld worden en is het aantal deelnemers aan zo'n telling beperkt. Bovendien moet de telleider in het bezit zijn van een ontheffing van de Flora- en faunawet voor het betreden van een winterverblijf.
De Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant telt jaarlijks rond de 135 vleermuiswinterverblijven, en in deze winter zaten daar weer 6 nieuwe winterverblijfplaatsen bij.

Dat de telleiders al vroeg de lente in hun kop hadden bleek uit het feit dat nog niet eerder alle telleiders de resultaten al voor 15 maart hadden ingestuurd. Daardoor kon ik als provinciaal coördinator ook al snel aan de slag om de formulieren te controleren, in de database in te voeren en de totalen in een grafiek weer te geven.

Grafiek 1 is een staafdiagram van de meest aangetroffen soorten in de periode winter 2000-2001 tot en met winter 2014-2015. Een winter wordt hierin aangeduid met het laatste jaar. Soorten die af en toe in de winter in kasten zijn geteld, zoals ruige dwergvleermuis en rosse vleermuizen zijn niet weergegeven. We hebben van veel objecten ook data van voor 2000, maar die zijn nog niet in een grafiek verwerkt.

wintertellingen 2000 2015 1

We telden dit jaar in totaal 699 vleermuizen:

  • 77 baard- / Brandts vleermuizen
  • 116 franjestaarten
  • 161 watervleermuizen
  • 73 gewone dwergvleermuizen
  • 267 gewone grootoorvleermuizen
  • en 5 vleermuizen hadden zich zo goed verstopt dat ze niet op naam gebracht konden worden (indeterminabel)

 

Het totaal aantal getelde vleermuizen is weliswaar meer dan in 2014, maar nog steeds aanzienlijk minder dan in de periode 2008-2013. Als we dan kijken naar de lijndiagram in grafiek 2 dan zien we dat we in die periode vooral meer watervleermuizen en baardvleermuizen telde. Het aantal franjestaarten loopt langzaam maar zeker op, en het aantal grootoorvleermuizen is zelfs sterk gestegen. De sterke fluctuaties bij de grootoorvleermuizen in de laatste jaren hebben mogelijk te maken met sterk verschillende temperaturen op de teldata of de periode daarvoor. Grootoorvleermuizen reageren sterk op temperatuur. Bij koude periode kunnen ze in grote aantallen in winterverblijven worden aangetroffen, en deze bij een warmere winterperiode geheel verlaten.

wintertellingen 2000 2015 2

 

De toename van het aantal getelde gewone dwergvleermuizen is mogelijk een gevolg van een toename van het aantal geschikte winterverblijven voor die soort in het telbestand. In sommige van deze objecten nemen de aantal gewone dwergvleermuizen ook langzaam toe, zoals op de MOB-complexen in Heesch en Schaijk, maar het aantal op de Binnendieze was dit jaar echter wat lager dan voorgaande jaren.
De grafieken geven de aantal weer die door de telleiders van de Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant zijn geteld. Hierbij zitten dus niet de gegevens van wintertellingen door andere partijen. De grafieken geven evenmin de populatieontwikkeling van deze soorten weer. Die worden op basis van de tellingen berekent door het CBS en de Zoogdiervereniging.

In een volgend bericht op de website zal ik ingaan op de ontwikkelingen in een aantal specifieke objecten en, indien al beschikbaar, ook op de populatieontwikkeling van een aantal soorten in Noord-Brabant.

Bij deze wil ik de telleiders en alle betrokken tellers hartelijk danken voor hun inzet deze winter!


Erik Korsten
Provinciaal coördinator Wintertellingen
Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant